Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Uitstel intrekkingsregeling indien geen gebruik wordt gemaakt van de omgevingsvergunning en zich geen urgente en/of zwaarwegende belangen voordoen.

Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet

1.. Van de bevoegdheid zoals genoemd in het eerste lid van Artikel 2 kan na twee jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning of in de omgevingsvergunning bepaalde langere termijn, gebruik worden gemaakt indien zich geen urgente en/of zwaarwegende belangen voordoen. 2.. Van de bevoegdheid zoals genoemd in het eerste lid van Artikel 2 kan na twee jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning of in de omgevingsvergunning bepaalde langere termijn, gebruik worden gemaakt indien de aanvang (bouw)werkzaamheden uitblijft. 3.. Indien is vastgesteld dat zich een situatie voordoet als genoemd in voorgaande leden van dit artikel, zal aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning worden bekendgemaakt conform de procedure zoals bedoeld in Artikel 4 van dit beleid. 4.. In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met de activiteit een begin moet zijn gemaakt. Deze ruimere aan de vergunninghouder te verlenen termijn wordt door het college schriftelijk medegedeeld aan de vergunninghouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel