Bijlage 1: Begripsbepalingen

ALGEMEEN

APV: Algemene Plaatselijke Verordening Baarn;

bestuursorgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed;

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een vergunning of ontheffing of omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

omgevingsplan: het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, dan wel het tijdelijk deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet;

omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;

omgevingsverordening: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

vergunning of ontheffing: een besluit van het bevoegd gezag om toestemming te verlenen of te weigeren gebaseerd op deze verordening;

weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN (HOOFDSTUK II)

hoofdgebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij artikel 1.1, onderdeel A van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

uitweg: een ingang of uitgang van een perceel voor motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 1, lid c van de Wegenverkeerswet, met uitzondering van motorrijtuigen op 2 wielen, om de openbare weg te bereiken, gelegen op gemeentegrond (ook wel inrit, uitrit en oprit genoemd).

VOORKOMEN OF BEPERKEN GELUIDHINDER (HOOFDSTUK III)

bedrijf: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inrichting, milieubelastende activiteit of andere bedrijfsmatige activiteit uitvoert als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het Omgevingsbesluit;

collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal voorzieningen is verbonden;

geluidgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van de Omgevingswet worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende activiteit;

geluidgevoelige terreinen: terreinen die op grond van de Omgevingswet worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende activiteit;

incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal voorzieningen;

onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE (HOOFDSTUK IV)

kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 5.1, tweede lid onder a van de Omgevingswet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

sprokkelen: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend, dood hout.

STANDPLAATSEN (HOOFDSTUK V)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Onder standplaats wordt niet verstaan:

OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN (HOOFDSTUK VI)

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN (HOOFDSTUK VII)

  • - aansluiting: het gedeelte van de kabel en/of leiding dat een netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een openbaar netwerk wordt geboden;
  • - belanghebbenden: de omwonenden en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen;
  • - breekverbod: verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden in de grond;
  • - gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 10.11 van de Omgevingswet, artikel 5.2, eerste lid van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst;
  • - instemmingsbesluit: besluit van het bevoegd gezag op een aanvraag tot instemming van de voorgenomen werkzaamheden, zoals hierna genoemd in onderdeel n;
  • - kabels en/of leidingen: een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een openbaar (elektronisch communicatie-)netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel en onderstations, distributie- en/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
  • - marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
  • - netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk;
  • - netwerk: samenstel van kabels of leidingen;
  • - niet-openbare kabels en/of leidingen: kabels en/of leidingen, dan wel het netwerk waartoe deze behoren, die niet gebruikt worden om openbare, zijnde voor het publiek beschikbare, diensten aan te bieden;
  • - openbare gronden: openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onderdeel aa, van de Telecommunicatiewet;
  • - registratiesysteem: digitaal systeem dat de gemeente gebruikt om meldingen en instemmingen van werkzaamheden, zoals hierna genoemd in onderdeel n, en alles wat daarmee samenhangt te verwerken;
  • - spoedeisende werkzaamheden, zoals hierna genoemd in onderdeel n: werkzaamheden voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden;
  • - werkzaamheden handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleuf loze technieken, in of op openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen;
  • - werkzaamheden van werkzaamheden van niet ingrijpende aard met een gezamenlijke tracélengte tot vijfentwintig (25) meter en waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist en/of bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; het maken van maximaal twee op brekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m².

BOMEN (HOOFDSTUK VIII)

bebouwde kom: bij raadsbesluit in het kader van artikel 4.1 onderdeel a juncto 9.9 eerste lid van de Wet natuurbescherming vastgestelde bebouwde kom;

bomeneffect-analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand;

bomenfonds: gemeentelijke voorziening ter financiering van herplant van houtopstand. Herplant vindt plaats binnen een termijn van vijf jaar na ontvangst van de geldelijke bijdrage in het kader van een compensatieverplichting;

boom: een houtig opgaand en in beginsel overblijvend gewas met een stamomtrek van minimaal 78 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 78 cm geldt geen minimale stamomtrek indien het bomen zijn als in artikel 8:6, 8:7, 8:8, 8:9 en 8:10 van deze verordening;

compensatieplan: overzicht waarin opgenomen: aantal en soort te plaatsen nieuwe houtopstand in het plangebied als vervanging van aantal en soort te kappen houtopstand in hetzelfde plangebied;

houtachtige: een houtig opgaand en in beginsel overblijvend gewas;

houtopstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien van de houtopstand;

knotten: het afzagen van de kroon van de houtopstand;

noodkap: kap van houtopstand binnen 48 uur, die nodig is in verband met grote gevaarzetting voor de directe omgeving;

perceel: een bebouwd perceel dat met erf en/of tuin een eenheid vormt. Als meerdere zelfstandige woonadressen binnen één kadastraal perceel vallen, wordt de omvang van het perceel bepaald op basis van het adres van de zelfstandige wooneenheid van de eengezinswoning waarop de houtopstand zich bevindt;

vellen: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

BODEM (HOOFDSTUK IX)

[vervallen]

ERFGOED (HOOFDSTUK X)

gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;

stads- of dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden;

MARKT (HOOFDSTUK XI)

  • - markt: de door het bevoegd gezag ingestelde warenmarkt.

AFVOER HEMELWATER EN GRONDWATER (HOOFDSTUK XII)

aankoppelen: het aansluiten van de afvoer van op verhard oppervlak vallend hemelwater en de afvoer van grondwater op een openbaar vuilwaterriool;

afkoppelen: het beëindigen van de afvoer van op verhard oppervlak vallend hemelwater en de afvoer van grondwater naar een openbaar vuilwaterriool, door dit afvalwater te benutten, te infiltreren in de bodem dan wel te brengen in oppervlaktewater;

bestaande bouw: reeds gebouwd bouwwerk;

hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

nieuwbouw: geheel of gedeeltelijk nieuw te bouwen bouwwerk;

openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast.