**1..** Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in artikel 6, het derde lid, onder e, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de (pleeg)ouder(s)/verzorger(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden.
**2..** Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in artikel 6, het derde lid, onder e, houdt het college rekening met gebruikelijke hulp.
**3..** Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen tekortschiet, omdat sprake is van:
geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden;
een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of
overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven.
**4..** Bij de beoordeling van het derde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de echtgenoot, (pleeg)ouder(s)/verzorger(s), inwonende kinderen of andere huisgenoten hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de deze personen maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met:
de behoefte en mogelijkheden van de cliënt / jeugdige, of diens (pleeg)ouder(s)/verzorger(s);
de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 3 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt;
de planbaarheid van de hulp;
de benodigde ondersteuningsintensiteit;
de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en
de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien;
**5..** Tot het sociale netwerk behoren personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de cliënt.
**6..** Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten.
**7..** Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot:
wie tot het sociale netwerk behoort, de voorwaarden voor en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk;
gebruikelijke hulp; en
de beoordeling van de criteria zoals genoemde in lid 3 en 4.
HOOFDSTUK 1
Artikel 6a.
Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026