De burgemeester hanteert bij iedere beoordeling of sprake is van slecht levensgedrag de volgende uitgangspunten:
a. De betrokkenen als bedoeld in artikel 1 onder c, vervullen een belangrijke rol als het gaat om het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid. Ze spelen een belangrijke rol bij en hebben een sleutelrol in een goede en veilige realisatie van de activiteit. Ook hebben zij een belangrijke rol in het creëren van een rustige en veilige omgeving rondom de activiteit als bedoeld in artikel 1 sub b.
b. Van de betrokkenen wordt verwacht dat zij te allen tijde hun medewerking verlenen aan het toezicht uitgeoefend door toezichthouders, dat zij informatie proactief delen met de gemeente en dat zij naar waarheid informatie geven over feiten en/of omstandigheden die relevant kunnen zijn voor de beoordeling of er sprake is van slecht levensgedrag.
c. Iedere beoordeling is maatwerk. Alle feiten en omstandigheden worden in onderlinge samenhang en in relatie tot de betreffende vergunning en activiteit gewogen.
d. In de beoordeling of iemand van slecht levensgedrag is, worden alleen de feiten, gedragingen of omstandigheden meegewogen die relevant zijn voor de betreffende activiteit. In bijlage 1 behorend bij deze beleidsregel is een niet-limitatieve lijst opgenomen van feiten en gedragingen die in ieder geval relevant zijn voor de beoordeling van het levensgedrag.
e. Alleen het levensgedrag dat relevant is voor de beoordeling of de aanwezigheid van de betrokkenen bij de activiteit, het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid nadelig beïnvloedt, wordt meegenomen in de beoordeling.
Artikel 6.
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Vlissingen 2026