Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

AANVRAAG, EERSTE GESPREK EN VASTSTELLING HULPVRAAG

Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Laren 2026

3.1. Aanvraag brede ondersteuning Een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning aan het college kan zowel digitaal of via het informatiepunt Maatschappelijke zaken worden aangevraagd. Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 2.3, eerste lid, genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning bij de UHT. Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van de aanvraag. 3.2 Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag Nadat een aanvraag bij het college is ingediend, nodigt het college de aanvrager binnen twee weken na de aanvraag uit voor een eerste gesprek. De aanvrager bepaalt of het eerste gesprek op locatie plaatsvindt of bij de aanvrager thuis. Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanvrager, aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, de situatie van de aanvrager op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is. Bij het bepalen welke voorzieningen worden ingezet voor de betrokkene, wordt onderscheid gemaakt tussen wens en noodzaak. De inzet van voorziening(en) en/of middelen moet redelijkerwijs nodig zijn om het gestelde doel te bereiken. 3.3 Besluit op de aanvraag Het college zorgt dat de aanvrager acht weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt. De beschikking bevat: een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat minstens op hoofdlijnen is vastgesteld; of een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning. Het college kan de termijn uit het eerste lid voor het opstellen van een plan van aanpak met vier weken verlengen. 3.4 Het opstellen van het plan van aanpak Het college stelt samen met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt. Voor elke rechthebbende die een beroep doet op de brede ondersteuning en het gezin wordt een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is voorwaardelijk voor het bieden van brede ondersteuning en wordt schriftelijk verstrekt aan de rechthebbende. Het verstrekken van materiële voorzieningen is slechts mogelijk in het eerste half jaar van de brede ondersteuning. De beleidskaders voor de minimale en maximale bedragen voor materiële voorzieningen worden gebaseerd op actuele Nibud norm + 40 procent. Het recht op brede ondersteuning impliceert geen aanspraak op een specifieke voorziening of materieel middel. Materiële ondersteuning kan nimmer als doel op zichzelf worden beschouwd, doch wordt uitsluitend toegekend indien en voor zover deze noodzakelijk en doelmatig is voor het realiseren van de in het Plan van Aanpak geformuleerde doelstellingen. In uitzonderlijke gevallen waarin de toepasselijke norm conform de Nibud-norm verhoogd met 40% ontoereikend blijkt te zijn, kan men gemotiveerd en onderbouwd afwijken van deze norm. Indien de Nibud-norm verhoogd met 40% als noodzakelijk en doelmatig wordt vastgesteld, doch de belanghebbende de voorkeur geeft aan een voorziening uit een hoger segment, dient het verschil met eigen middelen te worden bekostigd. Deze materiële voorzieningen genoemd in lid 3 van dit artikel worden slechts éénmaal verstrekt. Materiële voorzieningen die al eerder bij de brede ondersteuning zijn uitgekeerd worden geen tweede maal vergoed, vervangen of vernieuwd, tenzij maatwerk noodzakelijk is. De toeleiding naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak, als niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning kunnen worden behaald. In het plan van aanpak wordt vastgelegd: hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt; en welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken. 3.5 Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 2.2, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager: achttien jaar of ouder is; in aanmerking komt voor de kindregeling; naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit; en diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 2.2, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie. 3.6 Het wijzigen van het plan van aanpak Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek. Een aanvrager kan schriftelijk of digitaal een verzoek indienen om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 3.3, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing. Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan de artikelen 4.1, tweede lid, 4.2 en 4.3. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel