Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

TOEKENNEN EN VERSTREKKEN VAN VOORZIENINGEN

Onderdeel van Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Laren 2026

4.1 Voorzieningen Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met: de vaardigheden van de aanvrager; de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager; de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager; het duurzame karakter van de voorziening; en de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken. 4.2 Materiële voorzieningen Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken. Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden. 4.3 Immateriële voorzieningen Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak. Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden. 4.4 Verstrekking Als de inzet van één of meerdere voorzieningen onderdeel uitmaakt van het plan van aanpak, verstrekt het college deze in beginsel in natura. Bij verstrekking niet in natura kan in bijzondere omstandigheden rechthebbende verplicht worden na ontvangst van de betaling door de gemeente van de voorziening de relevante betalingsbewijzen binnen 2 weken in te dienen. Wordt niet aan deze termijn voldaan, dan kan de gemeente het verstrekte bedrag terugvorderen. Voorzieningen die worden toegekend vanuit de brede ondersteuning welke leiden tot een toename van het vermogen waarover de rechthebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, worden niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet, gerekend. Er worden vanuit de brede aanpak geen schulden betaald als onderdeel van het plan van aanpak. Hierop zijn 2 uitzonderingen: Jongeren en jongvolwassenen die in aanmerking komen voor het saneren van (problematische) schulden als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021. Het voorkomen van bedreiging van de eerste levensbehoefte(n). Het college doet in dat geval wat nodig is om de dreiging te voorkomen. De volgende zaken worden niet vergoed vanuit de brede ondersteuning, tenzij er noodzakelijkerwijs anders wordt bepaald: Verkeersboetes. Cosmetische ingrepen. Auto- en motorvoertuigen. Verbouwingen en/of aanpassingen aan de woning en/of tuin. Energiekosten. Vakanties. Nieuw gemaakte schulden na 1 juni 2021. Kosten door ontstane schade na onvoorziene gebeurtenissen zoals weersomstandigheden of lekkages. Sportabonnementen. Luxegoederen. Wmo-voorzieningen en Jeugdarrangementen op basis van de Jeugdwet. 4.5 Medewerking aanvrager Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend via het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking vragen om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening aan de artikelen 4.1, tweede lid, 4.2 en 4.3 voldoet. 4.6. Weigeren voorzieningen Het college weigert het toekennen van een voorziening als: de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was; de voorziening niet aan de artikelen 4.1, tweede lid, 4.2 en 4.3 voldoet; of de aanvrager niet de medewerking, bedoeld in artikel 4.4 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan de artikelen 4.1, tweede lid, 4.2 en 4.3 voldoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel