Naar hoofdinhoud
1.. Het Algemeen Bestuur bestaat uit alle leden van de colleges in het geval sprake is van twee deelnemende gemeenten. 2.. Iedere Gemeente wijst uit zijn eigen midden de leden van het Algemeen Bestuur aan. 3.. Als in het Algemeen Bestuur een vacature ontstaat wijst het College waar de vacature is ontstaan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken na het ontstaan van de vacature, een nieuw lid aan. 4.. De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de leden van de colleges. 5.. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur geeft de Deelnemer die het aangaat binnen één week kennis aan de Voorzitter. De plaatsvervangende leden moeten aan dezelfde eisen voldoen als degenen die zij vervangen. 6.. Een lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur dat het vertrouwen van het College, dat hem als lid heeft aangewezen, niet meer bezit, kan, nadat hij in de gelegenheid is geweest zich te verantwoorden binnen het College, door dit College als zodanig worden ontslagen. 7.. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het betreffende lid de status van collegelid verliest.

Rechtspraak bij dit artikel