Naar hoofdinhoud
1.. Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als het daartoe heeft besloten, maar tenminste tweemaal per jaar en verder als de Voorzitter of tenminste drie leden onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken. 2.. Voor zover bij of krachtens deze regeling niet anders is bepaald, worden besluiten van het Algemeen Bestuur in beginsel bij meerderheid genomen. 3.. In afwijking van het tweede lid, is een tweederde meerderheid van de stemmen benodigd wanneer het AB een besluit neemt met een positief dan wel negatief gevolg voor de geldende begroting van OVER-gemeenten van minimaal € 800.000 structureel en/of incidenteel. Een tweederde meerderheid is ook benodigd voor financiële besluiten die op zichzelf niet € 800.000 overschrijden, maar wanneer voor hetzelfde begrotingsjaar waarop het voorliggende besluit van toepassing is al eerder financiële bijstellingen zijn vastgesteld die opgeteld met het besluit dat voorligt een bijstelling van meer dan € 800.000 euro bedragen. In alle andere gevallen geldt de verhouding als bedoeld in het tweede lid. 4.. In aanvulling op het derde lid geldt dat, indien een tweederdemeerderheid van het aantal leden geen geheel getal oplevert, het vereiste aantal stemmen naar boven wordt afgerond tot het eerstvolgende gehele getal. 5.. Het Algemeen Bestuur kan door de Voorzitter op voorstel van de Directeur fysiek of digitaal bijeengeroepen worden, indien de eerstvolgende, reguliere vergadering niet kan worden afgewacht. De besluiten worden ter kennisname geagendeerd op de eerstvolgende reguliere vergadering. Indien er geen besluit valt, wordt het voorstel alsnog op de eerstvolgende reguliere vergadering geagendeerd en besproken. De regels rondom openbaarheid worden hierbij in acht genomen door zowel de aankondiging als ook de agenda tijdig en minimaal een dag voorafgaand aan de vergadering te publiceren. 6.. In een vergadering achter gesloten deuren kan niet worden beraadslaagd of besloten over: De begroting dan wel wijzigingen daarvan; Het vaststellen van de jaarrekening van OVER-gemeenten; Het wijzigen dan wel opheffen van de Regeling. 7.. Indien de meerderheid daartoe beslist kan over voorgestelde besluiten een overdenkingsperiode van maximaal vier weken worden ingelast waarna opnieuw wordt vergaderd. Volgt dan niet alsnog een besluit, dan treedt de geschillenregeling van artikel 31 van deze Regeling in werking. 8.. De leden van het Algemeen Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.

Rechtspraak bij dit artikel