Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.2

Ontvangers en verleners van mantelzorg

Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Uithoorn 2026

Op grond van artikel 2.8.6, eerste lid onder b, kan het verlenen of ontvangen van mantelzorg tot gevolg hebben dat er, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, een urgent huisvestingsprobleem ontstaat. De in artikel 2.8.5 lid 1 aanhef en onder a tot en met h en j van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond. Het college van burgemeester en wethouders zal aanvragen van ontvangers en verleners van mantelzorg op maat beoordelen. De gemeente kan ten behoeve van deze beoordeling desgewenst extern advies opvragen. Na toetsing op de algemene weigeringsgronden, kunnen burgemeester en wethouders op grond van de volgende overwegingen een urgentieverklaring toekennen indien: er sprake is van mantelzorg; er een directe en aanwijsbare relatie is met Uithoorn, dat wil zeggen dat het netwerk van de verlener en/of ontvanger van mantelzorg zich in Uithoorn bevindt; een woonurgentie de meest adequate oplossing is voor de ondersteuningsvraag van de zorgvrager; de verwachte tijd voor het verzilveren van de urgentie in verhouding staat tot de te verwachte ontwikkeling van de zorgvraag van de ontvanger van de mantelzorg; degene die wordt verzorgd, een diagnoseverklaring van de behandelend arts heeft; De gemeente inventariseert de problematiek en wensen rondom mantelzorg en wonen. In het gesprek beoordeelt de gemeente de situatie onder andere aan de hand van: de aard, frequentie, voorspelbaarheid en duur van de zorg en daaraan gerelateerde optimale afstand tussen zorgvrager en mantelzorger; de benodigde kwaliteit en bereidheid van de mantelzorger om de benodigde zorg te geven; het risico dat de zorgvrager loopt als mantelzorger niet tijdig aanwezig is; de mate waarin het zorg verlenen in de huidige situatie beslag legt op het leven van de mantelzorger; de wensen van mantelzorger en zorgvrager; en de mate waarin zij eigen oplossingen hebben gezocht. De oplossing moet in verhouding staan tot het probleem. Bij een tijdelijke situatie (korter dan een jaar) hoort een tijdelijke oplossing. Maatwerk, creatief denken en flexibele oplossingen zijn dan aan de orde. Bij een langdurige of voortschrijdende situatie (langer dan een jaar) moet er naar een meer permanente oplossing voor de woonsituatie worden gezocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel