Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.3

Vergunninghouders

Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Uithoorn 2026

Op grond van artikel 2.8.6, tweede lid, van de huisvestingsverordening komen vergunninghouders die gehuisvest moeten worden in het kader van de taakstelling opgelegd door de minister van Wonen en Rijksdienst, in aanmerking voor een urgentieverklaring als zij: nog niet eerder door het COA bij een andere gemeente zijn voorgedragen voor huisvesting; en, niet eerder aangeboden woonruimte (met inbegrip van onzelfstandige of tijdelijke woonruimte) hebben geweigerd. De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn niet van toepassing op deze urgentiegrond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel