Burgemeester en wethouders kunnen gelet op artikel 2.8.8, eerste lid, aanhef en onder a van de verordening urgentie toekennen aan huishoudens in Uithoorn die in een acute noodsituatie verkeren.
Deze urgentiecategorie wordt ook de ‘calamiteitenurgentie’ genoemd. Calamiteiten zijn plotselinge gebeurtenissen waar de aanvrager geen invloed op kon uitoefenen en die tot een acuut woonprobleem leiden zoals brand, ernstige waterschade, explosie of acuut ernstige funderingsgebreken. Hiervan is sprake indien:
De ongeschiktheid voor bewoning wordt vastgesteld door of in opdracht van, een daartoe bevoegde ambtenaar die belast is met het toezicht op de naleving van onder meer de bij de Omgevingswet, de Woningwet en het omgevingsplan vastgestelde wet- en regelgeving (hierna: “toezichthouder”);
Het herstel van de woning duurt volgens de toezichthouder langer dan vier maanden;
Alleen de, volgens inschrijving in de BRP legaal wonende, hoofdbewoner komt in aanmerking van urgentie. De bij de hoofdbewoner inwonende leden van het huishouden hebben geen recht op een zelfstandige woning, aangezien zij met de hoofdbewoner mee kunnen verhuizen.
De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing, met uitzondering van de in artikel 2.8.5, eerste lid onder j, van de verordening genoemde inkomensnorm. Voor deze urgentiegrond geldt dientengevolge geen inkomenseis.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.1
Acute-urgentie
Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Uithoorn 2026