Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.1

Bestuurlijke boete

Onderdeel van Huisvestingsverordening Uithoorn 2026

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van: de overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de wet, artikel 21 van de wet, artikel 22, eerste lid, van de wet; het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 en 26 van de wet. 2.. Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete overeenkomstig de tabellen in Bijlage 2: voor de eerste overtreding doen zij dat overeenkomstig de boetes in kolom A van de toepasselijke tabel in Bijlage 2; voor de volgende overtreding doen zij dat overeenkomstig de boetes in kolom B van de toepasselijke tabel in Bijlage 2. 3.. Van een volgende overtreding is sprake als er binnen drie jaar na het constateren van de vorige overtreding, sprake is van een nieuwe overtreding van hetzelfde verbodsartikel. 4.. Als de ontwikkeling van de in artikel 35, tweede lid, van de wet bedoelde boetemaxima daartoe aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders met ingang van elk kalenderjaar de hoogte van het in het eerste lid genoemde geldbedrag wijzigen. Burgemeester en wethouders publiceren het aldus aangepaste bedrag in het Gemeenteblad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel