Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard af te wijken van de bepalingen in deze verordening ten gunste van de aanvrager. Deze bepaling geldt alleen voor die gevallen waarin niet al een specifieke afwijkingsbevoegdheid van toepassing is.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
Onderdeel van Huisvestingsverordening Uithoorn 2026