Na iedere loosmelding, bedoeld in artikel 27 van de verordening, neemt het college contact op met de ouders om vast te stellen of sprake is van een geldige reden.
Indien binnen een schooljaar een derde loosmelding zonder geldige reden plaatsvindt, stuurt het college een waarschuwingsbrief waarin wordt aangegeven dat bij herhaling tot kostenverhaal kan worden overgegaan.
Het college gaat uitsluitend over tot kostenverhaal indien:
in hetzelfde schooljaar een waarschuwingsbrief is verstuurd; en
na verzending van die waarschuwingsbrief in datzelfde schooljaar nog drie loosmeldingen zonder geldige reden plaatsvinden.
Het college verhaalt uitsluitend de kosten die zijn ontstaan door loosmeldingen zonder geldige reden die hebben plaatsgevonden na de datum van verzending van de waarschuwingsbrief.
Het college beoordeelt per geval of er sprake is van een geldige reden, overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de verordening. Als geldige reden wordt uitsluitend aangemerkt een onverwachte en onvoorziene omstandigheid waardoor het voor ouders redelijkerwijs niet mogelijk was de wijziging tijdig door te geven. Onder tijdig wordt verstaan: vóór 06:30 uur op de dag van de wijziging.
Voorbeelden van omstandigheden die als geldige reden kunnen worden aangemerkt, zijn in ieder geval:
plotselinge ziekte van de leerling;
een onverwachte ingrijpende gebeurtenis binnen het gezin of de directe familie;
een plotseling uitval van noodzakelijke ondersteuning, waardoor de leerling niet kan reizen.
Van een geldige reden is geen sprake in onder meer de volgende situaties:
miscommunicatie of een verkeerd begrepen afspraak, zoals de veronderstelling dat afwezigheid automatisch is doorgegeven;
ouders brengen de leerling zelf zonder dit door te geven;
de leerling gaat eerder of later naar school op initiatief van ouders;
problemen in de ochtendroutine van het gezin.
Indien het college signalen heeft dat loosmeldingen voortkomen uit bredere problematiek binnen het gezin, zoals opvoedingsproblematiek of problematiek bij de ouders, kan het college afzien van kostenverhaal. In dat geval kan het college, conform artikel 3, derde lid, van de Verordening leerlingenvervoer, onderzoeken of sprake is van gewijzigde omstandigheden die van invloed zijn op de passendheid of het gebruik van de vervoersvoorziening.
Hoofdstuk 7.
Artikel 18