Er moet een veilige en geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig zijn of gerealiseerd kunnen worden:
De voorziening moet beschermd zijn tegen brand, diefstal en weersinvloeden, en moet dus gestald worden in bijvoorbeeld een schuur, garage of aparte berging.
Voor elektrische voorzieningen geldt dat er een oplaadpunt beschikbaar moet zijn.
Als er geen stallingsmogelijkheid is, kan het Wmo-loket onderzoeken of een eenvoudige voorziening (bijv. een oplaadpunt of kleine berging) kan worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 10. › Paragraaf 10.2
Artikel 10.2.3.2