Het Wmo-loket kan een scootmobiel verstrekken. Dit is in beginsel een eenvoudige driewielige scootmobiel. Een driewielige scootmobiel is wendbaarder en heeft meer beenruimte dan een vierwielige scootmobiel en is net zo stabiel. Voor scootmobielen geldt een maximale snelheid van 15 km/uur.
Opvouwbare scootmobielen worden in uitzonderlijke gevallen verstrekt, bijvoorbeeld om een scootmobiel die in een gemeenschappelijke berging staat te kunnen bereiken.
Wil de client een luxer of zwaarder model, dan kan hij kiezen voor verstrekking van de scootmobiel in de vorm van een pgb en de meerkosten zelf betalen. Als de cliënt meerdere accu’s wil of een zwaardere accu, komen die voor rekening van de cliënt.
Tijdens het onderzoek wordt ook de stallingsruimte beoordeeld. De scootmobiel moet gestald worden in een daarvoor geschikte, overdekte en afsluitbare ruimte. De stalling moet voorzien zijn van een oplaadpunt.
De leverancier houdt kilometerstanden bij. Bij weinig gebruik wordt contact opgenomen met de cliënt en onderzocht waarom de voorziening weinig wordt gebruikt en of deze voorziening nog steeds passend is.
Voorbeeld:
Een cliënt met reuma heeft een scootmobiel om in de woonplaats boodschappen te doen en sociale activiteiten te bezoeken. Voor de zomervakantie vraagt zij een opvouwbare scootmobiel om mee te nemen naar Spanje. Dit valt niet onder de Wmo: Wmo-voorzieningen zijn bedoeld voor de eigen leefomgeving, niet voor vakantiegebruik.
Voorbeeld:
Een cliënt heeft een scootmobiel. Uit de kilometerstand blijkt dat de scootmobiel weinig wordt gebruikt. Uit het gesprek met de cliënt blijkt dat de cliënt angstig is bij het gebruik van de scootmobiel en daarom graag (opnieuw) rijlessen wil volgen om meer vertrouwd te raken met het gebruik. Het Wmo-loket onderzoekt waar de cliënt het beste de rijlessen kan volgen.
Hoofdstuk 10. › Paragraaf 10.2
Artikel 10.2.3.3