Cliënten met een Wlz-indicatie die thuis wonen, kunnen bij het Wmo-loket wél terecht voor mobiliteitshulpmiddelen, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen die noodzakelijk zijn om zelfstandig te kunnen blijven wonen, zoals een rolstoel of een traplift.
Op grond van de Wlz wordt geen ondersteuning toegekend voor sociaal vervoer. Zowel thuiswonende als niet-thuiswonende Wlz-gerechtigden kunnen hiervoor daarom een beroep doen op de Wmo.
Alleen om een crisissituatie te voorkomen kan een cliënt met een Wlz-indicatie tijdelijk hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding of kortdurend verblijf krijgen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.10
Artikel 5.10.1.1