Naar hoofdinhoud
Bij de beoordeling of er sprake is van gebruikelijke hulp wordt onderscheid gemaakt naar de leeftijd en de relatie die de huisgenoten met elkaar hebben. Van een partner en de ouders van de cliënt wordt meer gebruikelijke hulp verwacht dan van kinderen van de cliënt en andere huisgenoten. Wanneer inwoners elkaar bij ziekte of handicap langdurig meer zorg bieden dan wat binnen de sociale relatie gewoon is, kan het als boven gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Hierbij moet het gaan om het actief bieden van zorg aan de cliënt of de noodzaak om taken over te nemen. Moet een huisgenoot rekening houden met de cliënt qua planning, inrichting van de woning of beschikbaar zijn voor de cliënt, dan wordt dit in beginsel niet als boven gebruikelijke zorg aangemerkt. Onder boven gebruikelijke zorg vallen bijvoorbeeld specialistische taken en (fysiek) bijzonder zware taken. De beoordeling vindt altijd individueel plaats. Het Wmo-loket verwacht dat meerderjarige kinderen en andere meerderjarige huisgenoten de volgende taken voor elkaar doen of elkaar helpen binnen één huishouden bij de volgende activiteiten: het overnemen van de gezamenlijke thuisadministratie; het aanmoedigen van de cliënt om huishoudelijke taken uit te voeren. Van partners en ouders van de cliënt verwachten we daarnaast ook: het aanmoedigen van de cliënt om algemene dagelijkse levensverrichtingen (zoals wassen, aankleden of eten) zelf uit te voeren en het helpen hierbij; het aanmoedigen van de cliënt om buitenshuis aan maatschappelijke activiteiten deel te nemen; samen een dag- of weekplanning maken en bespreken; het begeleiden van de cliënt bij het doen van boodschappen, aankopen of activiteiten buitenshuis; het begeleiden bij contact met instanties, artsen of andere hulpverleners, en bij het vervoer ernaartoe; het voeren van een gesprek over wat er gebeurd is om weer overzicht te krijgen; het voeren van een gesprek om een ervaring te begrijpen; samen familiebezoek of andere sociale activiteiten plannen en uitvoeren. Deze hulp wordt van de betreffende huisgenoot verwacht tenzij dat gelet op objectieve belemmeringen onmogelijk is en tenzij er specifieke deskundigheid vereist is gelet op het ziektebeeld van de cliënt. Het hebben van een fulltimebaan of een fulltime opleiding wordt niet aangemerkt als een objectieve belemmering.

Rechtspraak bij dit artikel