Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Landelijk beleid

Onderdeel van Handhavingsvisie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024

Het regeerakkoord van demissionair kabinet Rutte IV onderstreept dat handhaving een randvoorwaarde is voor een werkende arbeidsmarkt en een werkend stelsel van sociale zekerheid. Het ministerie van SZW heeft dit vertaald in een handhavingskoers 2022-2025, waarbij de volgende hoofdlijnen worden genoemd: data-gestuurd handhaven: over het belang om effectief gebruik te maken van mogelijkheden om data te koppelen, delen en analyseren; grensoverschrijdend handhaven: over het bestrijden van internationale misstanden op het SZW terrein; effectief handhaven: over het toepassen van (gedrags)wetenschappelijke inzichten en aanpakken, met name om het preventieve aspect van handhaving te versterken; versterken en verbinden van de handhavingsketen: over samenwerking over de verschillende domeinen heen. In november 2020 is de Tweede Kamerbrief ‘Fraude in de sociale zekerheid’ verschenen. Daarin worden een aantal zaken aangekondigd: Een onderzoek naar de verankering van het begrip ‘fraude’ in de sociale zekerheidswetten. Het begrip fraude is nu gekoppeld aan een verwijtbare overtreding van de inlichtingenplicht, ongeacht of er sprake is van opzet bij die overtreding. Uit onderzoek in de praktijk blijkt dat er behoefte is aan een definitie die het mogelijk maakt om mensen die onopzettelijk handelen, niet als fraudeur aan te spreken. Zo’n definitie moet gemeenten meer ruimte geven voor maatwerk vanuit de persoonlijke omstandigheden. Het uitgangspunt blijft, dat teveel ontvangen uitkering altijd moet worden terugbetaald. Een impuls aan preventie. Vanuit het ministerie zal een ‘Aanjaagteam preventie’ opgericht worden. Dit team krijgt als taak om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van fouten in de uitkeringsaanvraag, bijvoorbeeld door wetenschappelijke kennis over gedrag praktisch toepasbaar te maken. Later krijgt dit team een rol in de ontwikkeling van eventuele nieuwe wetgeving op het gebied van handhaving en sanctionering, om te onderzoeken welke preventieve instrumenten nog meer ingezet kunnen worden. Het ministerie zal in gesprek gaan met uitvoeringsinstanties over het beschikbare handhavingsinstrumentarium. De praktijk laat zien dat dit niet toereikend is waar het gaat om de mogelijkheden voor maatwerk, en de mogelijkheden om effectief te handhaven als er sprake is van opzet of grove schuld. Als reactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ heeft het kabinet aangekondigd te gaan kijken naar de strikt gebonden bevoegdheden in de wetgeving en die waar nodig te gaan vervangen door beoordelingsruimte of hardheidsclausules. Bij de handhaving van de Participatiewet heeft het college veel te maken met dergelijke ‘strikt gebonden bevoegdheden’ en het college moet dit dan ook volgen. Er is inmiddels ook veel aandacht voor de manier waarop de Participatiewet uitpakt in de praktijk. De minister heeft via rondetafelgesprekken met gemeenten in kaart gebracht waar knelpunten zitten. Hieruit komen vier thema’s naar voren die elkaar ook overlappen: Wederzijds vertrouwen als uitgangspunt wordt bemoeilijkt door de strikte regels in de Participatiewet; Sommige bepalingen hebben een striktere uitleg gekregen dan door de wetgever is bedoeld; De wet is erg complex en vraagt veel van het denk- en doenvermogen van mensen. De gebruikte begrippen en verplichtingen sluiten slecht aan bij de leefwereld. Er is meer ruimte nodig voor maatwerk. Dit zit zowel in de regelgeving als in de capaciteit: er is erkenning nodig voor het feit dat maatwerk simpelweg meer tijd kost. Verschillende wetgevingstrajecten die een omslag in denken en uitvoering teweeg zullen brengen, zoals Participatiewet in balans en Herijking handhavingsinstrumentarium zijn volop in ontwikkeling. Het college volgt deze ontwikkelingen en waar mogelijk wordt het in de praktijk reeds toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel