1.. Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële - en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn afgesproken.

2.. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met:

  • - de vaardigheden van de aanvrager;
  • - de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager;
  • - de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager;
  • - het duurzame karakter van de voorziening; en
  • - de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.