**1..** Een aanvraag voor tegemoetkoming wordt afgewezen indien:
- - het kind al vóór de aanvraagdatum gebruik maakt van de nodige kinderopvang en de ouder/verzorger dit aantoonbaar op eigen kracht en zonder risico op overbelasting of terugval kan voortzetten. In dat geval is geen sprake van een noodzakelijke sociaal medische indicatie;
- - de ouder/verzorger aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening die naar aard en omvang als passend en toereikend wordt beschouwd voor de gesignaleerde ondersteuningsbehoefte. De voorliggende voorziening moet in staat zijn om de noodzakelijke ondersteuning te bieden;
- - de gevraagde opvang het doel of de maximale omvang van een sociaal medische indicatie overstijgt, zoals bedoeld in artikel 14, en de noodzaak voor een ruimere omvang niet aantoonbaar is;
- - geen sociaal medische noodzaak kan worden vastgesteld op basis van de aangeleverde noodzakelijkheidsverklaring en/of het onafhankelijk advies.
**2..** Tot de voorliggende voorzieningen wordt in ieder geval gerekend:
- - kinderopvangtoeslag op grond van het Besluit Kinderopvangtoeslag;
- - een voorziening op grond van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
- - een peuterarrangement of VVE-programma (Vroeg- en Voorschoolse Educatie);
- - een voorziening op grond van de Wet langdurige zorg;
- - een voorziening op grond van de Jeugdwet, zoals een medisch kinderdagverblijf;
- - een voorziening op grond van de Zorgverzekeringswet
- - een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
- - een bijdrage van de werkgever;
- - een adequate (opvang)voorziening in niet-professionele zin (eigen netwerk, eigen kracht initiatieven, zorgverlof, etc.).
**3..** Indien een bestaande voorziening niet voldoende passend of toereikend wordt geacht in aard of omvang, kan een tegemoetkoming op grond van sociaal-medische indicatie aanvullend worden toegekend. In dat geval fungeert de SMI-regeling als een aanvulling op bestaande voorzieningen, ter voorkoming van overbelasting, terugval of verergering van de situatie. Het college maakt hierbij een individuele afweging, mede op basis van:
- - de aard en ernst van de problematiek; en
- - de draagkracht van het gezin; en
- - de mate waarin de bestaande voorziening daadwerkelijk ondersteuning biedt; en
- - en de noodzaak tot aanvullende tijdelijke ontlasting via kinderopvang.
Indien aanvullende opvang niet aantoonbaar noodzakelijk of proportioneel is, wordt de aanvraag (gedeeltelijk) afgewezen.
**4..** Bij het niet naleven van de inspanningsverplichting zoals bedoeld in artikel 15 kan het college de tegemoetkoming weigeren of beëindigen.
In gevallen waarin het niet naleven van de inspanningsverplichting samenhangt met aantoonbare medische of sociale omstandigheden, betrekt het college deze omstandigheden bij de beoordeling van proportionaliteit en redelijkheid.