**1..** De ouder/verzorger betaalt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, overeenkomstig de kinderopvangtoeslagtabel (KOT tabel) zoals vastgesteld door de Belastingdienst. Het college past deze systematiek toe op basis van het door de ouder/verzorger overgelegde inkomen, zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid.
**2..** Indien de ouder/verzorger naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat is de eigen bijdrage te voldoen, kan het college besluiten (een deel van) deze eigen bijdrage kwijt te schelden of te verlagen. Dit kan onder meer in situaties waarin:
- - sprake is van een minnelijke of wettelijke schuldregeling;
- - sprake is van hoge onvoorziene zorgkosten of andere uitzonderlijke financiële omstandigheden;
- - het vragen van een eigen bijdrage leidt tot onevenredige financiële belasting van het gezin.
Deze opsomming is niet limitatief; het college maakt altijd een individuele afweging.
**3..** Het college bepaalt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage zodanig dat de totale vergoeding (gemeente en Belastingdienst gezamenlijk) maximaal 100% van het wettelijk maximumuurtarief bedraagt, voor het aantal uren dat op grond van de SMI indicatie is toegekend.
**4..** Indien de ouder/verzorger geen aanspraak kan maken op kinderopvangtoeslag, wordt de gemeentelijke bijdrage vastgesteld alsof deze toeslag wel zou gelden, waarbij de KOT tabel als rekenmethodiek wordt toegepast. Dit betreft uitsluitend de berekeningswijze van de gemeentelijke bijdrage en leidt niet tot een recht op kinderopvangtoeslag.