Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:3

Toelaatgebieden en stallingsplafonds

Onderdeel van Regeling deeltweewielers Den Haag 2026

1.. De vergunninghouder zorgt dat zijn servicegebieden en serviceplaatsen te allen tijde vallen binnen de door het college aangewezen toelaatgebieden als bedoeld in artikel 2:8, achtste lid, van de verordening. 2.. De vergunninghouder zorgt dat het onmogelijk is voor gebruikers om een gebruikssessie te beëindigen wanneer het deelvoertuig zich bevindt buiten de toelaatgebieden als bedoeld in het eerste lid. 3.. De vergunninghouder plaatst geen deelvoertuigen in toelaatgebieden waar het stallingsplafond bereikt is, als bedoeld in artikel 2:8, negende lid, van de verordening. 4.. De vergunninghouder zorgt dat het onmogelijk is voor gebruikers om een gebruikssessie te beëindigen wanneer het voertuig zich bevindt binnen een toelaatgebied waar het stallingsplafond bereikt is, als bedoeld in artikel 2:8, negende lid, van de verordening. 5.. Het college informeert de vergunninghouder bij een besluit tot wijziging van de aangewezen toelaatgebieden of stallingsplafonds ten minste tien werkdagen voor inwerkingtreding van deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel