Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:4

Eisen aan het gebruik van de openbare ruimte en deelvoertuigen

Onderdeel van Regeling deeltweewielers Den Haag 2026

1.. In het kader van efficiënt gebruik van de ter beschikking gestelde schaarse openbare ruimte, zorgt de vergunninghouder dat de op of aan de weg geplaatste deelvoertuigen goed gebruikt worden volgens de hierna genoemde normen: het aandeel deelvoertuigen dat langer dan 72 uur (drie dagen) ongebruikt op één locatie heeft gestaan, bedraagt op ieder moment maximaal 20% van het totale aantal deelvoertuigen dat de vergunninghouder op dat moment op of aan de weg aanbiedt; het aandeel deelvoertuigen dat langer dan 168 uur (zeven dagen) ongebruikt op één locatie heeft gestaan, bedraagt op ieder moment maximaal 5% van het totale aantal deelvoertuigen dat de vergunninghouder op dat moment op of aan de weg aanbiedt; en geen enkel deelvoertuig mag op ieder moment langer dan 672 uur (28 dagen) ongebruikt op één locatie staan. 2.. De vergunninghouder zorgt voor tijdige verplaatsing van deelvoertuigen die onveilig, overlastgevend of locatiestrijdig staan, ongeacht of zij daar opzettelijk of onopzettelijk zijn geplaatst door de vergunninghouder, een gebruiker of derden. Dit betekent dat vergunninghouder: bij onveilig geplaatste deelvoertuigen hulp- en nooddiensten onmiddellijk (op afstand) ondersteunt bij het verplaatsen van deze deelvoertuigen. Indien het deelvoertuig niet door hulpdiensten wordt verplaatst omdat de urgentie dat niet vraagt, zorgt de vergunninghouder ervoor dat het voertuig binnen uiterlijk 8 uur na melding is verplaatst; overlastgevend of locatiestrijdig geplaatste deelvoertuigen verplaatst binnen 24 uur na dat dit redelijkerwijs bekend kon zijn. 3.. De vergunninghouder verwijdert niet-gebruiksklare deelvoertuigen of maakt deze ter plaatse gebruiksklaar binnen 24 uur nadat het niet-gebruiksklaar zijn redelijkerwijs bekend kon zijn. 4.. Het deelvoertuig dat zich bevindt op of aan de weg, is tussen 7:00 en 23:00 uur gemiddeld genomen tenminste 85% van de tijd beschikbaar voor gebruik door derden. Dit wordt gemeten over een periode van één jaar, waarbij in gebruik zijn wordt meegeteld als zijnde beschikbare tijd. 5.. De deelvoertuigen zijn visueel herkenbaar als deelvoertuig met een merkaanduiding van de vergunninghouder en een contactmogelijkheid. 6.. Uitingen van handelsreclame op deelvoertuigen mogen het functioneel gebruik van die deelvoertuigen niet belemmeren. 7.. De deelvoertuigen hebben een uniek ID en zijn op ieder moment te lokaliseren met een trackingsysteem. 8.. De vergunninghouder verwijdert de visuele kenmerken van deelvoertuigen op of aan de weg zodra deze niet (meer) als zodanig in gebruik zijn.

Rechtspraak bij dit artikel