**1..** De beoordeling van de vergunningsaanvragen geschiedt op basis van de door de aanvrager aan te leveren plannen als bedoeld in het vierde lid tot en met het zevende lid.
**2..** Ieder plan bestaat in totaal uit maximaal 1500 woorden en bevat maximaal 5 figuren. Hierbij geldt dat ieder figuur niet meer dan 50 woorden mag bevatten, welke niet meetellen in totaal aantal toegestane woorden. Al het meerdere wordt buiten beschouwing gelaten, wat in leesvolgorde neerkomt op alle tekst die voorbij de grens van de 1500 gaat en alle figuren die voorbij de grens van 5 figuren gaan.
**3..** De plannen, eventueel aangevuld met een voorblad en inhoudsopgave welke niet meetellen in het aantal toegestane woorden, worden gezamenlijk als 1 pdf-document ingediend. Het document is hierbij dusdanig opgezet dat ieder plan zelfstandig leesbaar is, wat betekent dat er geen verwijzingen gemaakt mogen worden tussen plannen onderling en er bij de beoordeling geen andere informatie geraadpleegd hoeft te worden ter toetsing dan het plan zelf. Bijvoorbeeld externe verwijzingen of hyperlinks worden daarom buiten beschouwing gelaten.
**4..** De aanvrager dient een ‘benuttingsplan’ in, waarmee de aanvrager maximaal 150 punten kan scoren. Dit plan staat in het kader van het efficiënt benutten van de schaars beschikbare openbare ruimte in Den Haag door te zorgen dat de deelvoertuigen die op of aan de weg staan zo veel mogelijk gebruikt worden – rekening houdend met lokale verschillen in vervoerspotentie – waarmee onevenredig ruimtegebruik door veelvuldige en langdurige stilstand en de daaruit volgende overlast geminimaliseerd wordt. Dit plan gaat ten minste in op het volgende onderwerp: hoe de aanvrager een zo hoog mogelijk gebruik van de deelvoertuigen realiseert, rekening houdend met lokale verschillen in vervoerspotentie. Hierbij kunnen verschillende strategieën aan bod komen, zoals de proactieve herverdeling van deelvoertuigen en communicatie via de door hem gebruikte mobiele gebruikersapplicatie voor het huren van deelvoertuigen alsook via andere kanalen.
**5..** De aanvrager dient een ‘parkeerplan’ in, waarmee de aanvrager maximaal 100 punten kan scoren. Dit plan staat in het kader van het voorkomen van negatieve effecten op de openbare ruimte door het foutief parkeren (onveilig, overlastgevend en locatiestrijdig) van deelvoertuigen door gebruikers, wat kan resulteren in overlast en onevenredig ruimtegebruik alsook negatieve gevolgen voor het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte en het in het geding komen van de veiligheid van het publiek en de doorstroming van het verkeer. Dit plan gaat tenminste in op de volgende onderwerpen:
hoe de aanvrager ervoor zorgt dat zowel nieuwe gebruikers alsook bestaande gebruikers op de hoogte zijn over de richtlijnen met betrekking tot het juist parkeren van deelvoertuigen, zodat foutief parkeren geminimaliseerd wordt;
hoe de aanvrager vanuit de door hem gebruikte mobiele gebruikersapplicatie voor het huren van deelvoertuigen of op andere wijzen het parkeergedrag van gebruikers op een positieve manier weet te beïnvloeden, zodat foutief parkeren (onveilig, overlastgevend en locatiestrijdig) geminimaliseerd wordt;
hoe de aanvrager proactief voorkomt dat meerdere geparkeerde deelvoertuigen te veel opeenhopen op plekken waar geen ruimte is zodanig dat een situatie van overlastgevend geparkeerde voertuigen ontstaat; en
hoe gebruikers en bewoners van Den Haag en andere belanghebbenden feedback kunnen geven over parkeerlocaties en -ervaringen, en hoe deze vervolgens door de aanvrager gebruikt wordt bij het verminderen van negatieve invloed op de openbare ruimte door geparkeerde deelvoertuigen.
**6..** De aanvrager dient een ‘overlastpreventieplan’ in, waarmee de aanvrager maximaal 100 punten kan scoren. Dit plan staat in het kader van het voorkomen van negatieve effecten op de openbare ruimte door het aanbieden van deelvoertuigen op of aan de weg, wat kan resulteren in overlast en onevenredig ruimtegebruik alsook negatieve gevolgen voor het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte en het in het geding komen van de veiligheid van het publiek en de doorstroming van het verkeer. Dit plan gaat tenminste in op de volgende onderwerpen:
hoe verschillende belanghebbenden op een laagdrempelige manier klachten en meldingen kunnen indienen en hoe de melder op de hoogte wordt gehouden over de voortgang en afhandeling van de klacht of melding;
hoe de aanvrager klachten en meldingen gebruikt om structureel het aantal klachten en meldingen met betrekking tot negatieve effecten op de openbare ruimte verminderen;
hoe klachten of meldingen zo snel mogelijk op straat worden afgehandeld, ook tijdens weekenden en feestdagen;
hoe (onderdelen van) de deelvoertuigen beveiligd worden tegen grof gebruik, vandalisme en diefstal;
hoe wordt voorkomen dat deelvoertuigen die worden aangeboden omvallen en hoe eventueel omgevallen deelvoertuigen zo snel mogelijk weer overeind worden gezet;
hoe mogelijke overlast veroorzaakt door alarmgeluiden van overgevoelige veiligheidssystemen of veroorzaakt door geluiden/geluidsmeldingen bij het openen en/of vergrendelen van het voertuig worden geminimaliseerd; en
hoe de aanvrager er zorg voor draagt dat het maximaal toegestane aantal deelvoertuigen nooit wordt overschreden.
**7..** De aanvrager dient een ‘onderhoudsplan’ in, waarmee de aanvrager maximaal 100 punten kan scoren. Dit plan staat in het kader van het efficiënt benutten van de schaarse beschikbare openbare ruimte door het minimaliseren van het aantal deelvoertuigen dat zich in niet-gebruiksklare toestand op de weg bevindt, en daarmee het voorkomen van onevenredig ruimtegebruik en daaruit volgende overlast. In dit plan wordt beschreven hoe de aanvrager ervoor zorgt dat aangeboden deelvoertuigen zoveel mogelijk gebruiksklaar zijn. Dit plan gaat tenminste in op de volgende onderwerpen:
hoe de aanvrager zijn preventieve onderhoudsproces inricht, zodat dit onderhoudsproces ten goede komt aan een vloot van deelvoertuigen welke aanhoudend in gebruiksklare staat verkeert wanneer aangeboden op of aan de weg;
hoe de aanvrager op afstand kan zien of er een defect is en om welk defect het gaat;
hoe de aanvrager zijn reparatieproces inricht, zodat defecte deelvoertuigen zo spoedig mogelijk verwijderd van de weg worden of ter plaatse gebruiksklaar gemaakt worden, waarbij dit reparatieproces ten goede komt aan een vloot van deelvoertuigen welke aanhoudend in gebruiksklare staat verkeert wanneer aangeboden op of aan de weg;
hoe de aanvrager voorkomt dat deelvoertuigen met (bijna) lege accu’s op straat staan;
hoe de aanvrager zijn operationele activiteit zoveel mogelijk uitvoert buiten de spitsperioden om zodoende een zo klein mogelijke negatieve bijdrage te leveren aan de hoge verkeersdruk en verminderde doorstroming van het verkeer gedurende de spits.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:3
Vereisten en specificaties in te dienen plannen
Onderdeel van Regeling deeltweewielers Den Haag 2026