In de eerste plaats moet worden beoordeeld of een maatregel op grond van artikel 13b Opiumwet een geschikt middel is om het doel daarvan te bereiken. Uit een overzichtsuitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 volgt dat een op grond van artikel 13b Opiumwet op te leggen maatregel (nog steeds) aantoonbaar geschikt moet zijn ten tijde van de besluitvorming17ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922. . Als er tussen het moment van de bevindingen van de politie en de besluitvorming al enkele maanden verstreken zijn, moeten de geschiktheid en noodzakelijkheid in het besluit nader worden gemotiveerd. Dat is in ieder geval aan de orde als er tussen de constatering en het tijdstip van de sluiting tenminste vier maanden zijn verstreken18ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3266. .
Noodzakelijkheid
Vervolgens moet aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Daarbij acht de Afdeling in ieder geval de volgende omstandigheden van belang19ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912.:
De hoeveelheid en het soort aangetroffen drugs en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit. Bij aanwezigheid van een handelshoeveelheid soft- en/of harddrugs is de burgemeester in beginsel bevoegd om tot sluiting van het pand over te gaan (zie ook 2.3.1). Uitgangspunt is dat dan mag worden aangenomen dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. De noodzaak om tot sluiting over te gaan zal bij de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs doorgaans groter zijn dan bij softdrugs. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling is bij de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs immers sprake van een ‘ernstig geval’.
Of de drugs feitelijk in of vanuit de woning worden verhandeld. Dit kan bijvoorbeeld worden aangenomen op basis van politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen, of het in de woning aantreffen van attributen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals een weegschaal, verpakkingsmaterialen, een grote hoeveelheid contant geld en wapens. Als er geen of weinig aanwijzingen zijn dat in of vanuit het pand drugs werden verhandeld, dan moet de burgemeester in zijn besluit nader motiveren waarom dat het wel het geval was. Slaagt de burgemeester hierin niet of onvoldoende, dan vindt de Afdeling dat een sluiting van meer dan zes maanden in beginsel onevenredig is.
Of in de nabije omgeving van de woning in het (recente) verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of drugsgerelateerde criminaliteit.
Een sluitingsmaatregel kan dus noodzakelijk worden geacht als sprake is van bijkomende omstandigheden, zoals hierboven geformuleerd. Als die bijkomende omstandigheden ontbreken, moet de burgemeester nader onderbouwen waarom er toch een noodzaak tot sluiting bestaat20ABRvS 25 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3950.. Ook kan er dan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, aanleiding zijn om een minder verstrekkende maatregel op te leggen zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing.
Anderzijds geldt dat als er geen handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, maar wel sprake is van bijkomende omstandigheden zoals hierboven genoemd, dan kunnen die omstandigheden in samenhang bezien ertoe leiden dat sluiting van het betreffende pand noodzakelijk mag worden geacht21ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2593. .
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
Geschiktheid
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Hoeksche Waard 2026