Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid is onder meer de verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon van belang. Het ontbreken van iedere betrokkenheid bij de overtreding kan afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden maken dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Zo kan de betrokkene bijvoorbeeld geen verwijt van de overtreding worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en evenmin redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in zijn woning22ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2116. . De enkele omstandigheid dat een pand wordt verhuurd, is daarvoor overigens onvoldoende. Uit de rechtspraak volgt namelijk dat verhuurders zich tot op zekere hoogte moeten informeren over het gebruik van het verhuurde pand en dat zij daar concreet toezicht op moeten houden. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand23ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2462. .
Ook de nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester sluiting van het pand noodzakelijk mocht vinden. Inherent aan een sluiting van een woning is dat bewoners het pand moeten verlaten; bewoners dienen in beginsel zelf voor vervangende woonruimte te zorgen. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid op basis waarvan van sluiting moet worden afgezien. Dat kan echter anders zijn als betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Daarbij is van belang in hoeverre de betrokkene zelf geschikte vervangende woonruimte kan regelen24Vgl. ABRvS 25 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3950.. De gevolgen van een woningsluiting kunnen ook bijzonder zwaar zijn indien de betrokkene niet kan terugkeren in de woning na de sluiting, bijvoorbeeld omdat door de sluiting zijn huurcontract wordt ontbonden. In dat kader moet ook betekenis worden toegekend aan de vraag of de betrokkene door sluiting op een zogenoemde zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio. De aanwezigheid van minderjarige kinderen is eveneens een voor de burgemeester mee te wegen omstandigheid bij de evenwichtigheid van het sluiten van een woning.
Een sluiting met veel nadelige gevolgen is overigens niet per definitie onevenwichtig, bijvoorbeeld als de betrokkene een ernstig verwijt van de overtreding kan worden gemaakt of gezien de ernst en omvang van de overtreding.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.2
Evenwichtigheid
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Hoeksche Waard 2026