Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.

Artikel 7.

Onderzoek en opstellen (onderzoeks)plan

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2026

Voorafgaand aan het onderzoek moet het college nagaan of het BSN van jeugdige en/of ouders correct is. Het college kan daartoe de jeugdige of zijn ouders vragen een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht te laten zien. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens, ook ten aanzien van eventueel reeds geïndiceerde jeugdhulp, en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. Voor het gesprek geven de jeugdige en/of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en informatie die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in lid 2 en/of lid 3. Het college gebruikt het familiegroepsplan bij het opstellen van een (onderzoeks)plan. Het college onderzoekt, zo snel mogelijk, in een gesprek met de jeugdige en/of ouder(s): wat de objectieve hulpvraag is van de jeugdige en/of ouder(s) en het gezin als geheel inclusief andere kinderen in het (stief-)gezin; de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouder(s); of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen bij de jeugdige en om welke problemen het concreet gaat; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; welke ondersteuning gelet op de vastgestelde problematiek naar aard en omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en/of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; of en in hoeverre er de mogelijkheid is bij de jeugdige en/of ouder(s) om zelf of met ondersteuning van het sociale netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om de hulpvraag op te lossen door het inzetten van een andere voorziening; de mogelijkheden om de hulpvraag op te lossen door het inzetten van een algemene voorziening; of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; de manier waarop een individuele voorziening wordt afgestemd met andere (voorliggende) voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen. Het college kan, met instemming van de jeugdige en/of ouder(s), informatie opvragen bij andere instanties en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest passende ondersteuning. Na het gesprek onderzoekt het college de hulpvraag van de jeugdige. Als het nodig is vraagt het college daarbij om advies van een deskundige adviseur. Dit advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; bij het Nederlands Instituut van Psychologen, bijvoorbeeld in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. bij de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) afzien van een gesprek. Het college legt de uitkomsten van het onderzoek vast in het (onderzoeks)plan. De jeugdige en/of ouder(s) kunnen binnen een termijn van 14 dagen hierop reageren. Ook legt het college in afstemming met jeugdige en/of ouder(s) hierin afspraken vast over het bespreken van de resultaten van het (onderzoeks)plan. Het college kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het onderzoek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Het in dit artikel bedoelde onderzoek wordt uitgevoerd door professionals die geregistreerd staan in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ), NVO, NIP of BIG-register of door een professional die werkt onder supervisie van iemand met een zodanige registratie. Voor de ouders of jeugdige moet tijdens het onderzoek duidelijk zijn wie, wanneer met welke deskundigheid de hulpvraag heeft onderzocht. Zo nodig wordt dit ook vastgelegd in het (onderzoeks)plan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel