Jeugdigen en/of ouder(s) komen slechts in aanmerking voor een individuele voorziening wanneer het college of een andere verwijzer vaststelt dat:
sprake is van concrete opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen bij de jeugdige
inzet noodzakelijk is om de jeugdige gelet op deze problemen in staat te stellen:
gezond en veilig op te groeien;
te groeien naar zelfstandigheid;
voldoende redzaam te zijn en maatschappelijk te functioneren.
de jeugdige en/of ouder(s) zelf of met hun sociale netwerk geen passende oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden (eigen kracht). Wanneer hiervan sprake is, staat in artikel 10 tot en met 13 van deze verordening;
een algemene voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag;
de jeugdige en/of ouders(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag op te lossen.
Als de aanvraag ziet op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt, verstrekt het college geen voorziening tenzij hier een schriftelijke toezegging over is gedaan door het college voorafgaand aan deze jeugdhulp.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.
Artikel 8.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2026