1.. Het college beoordeelt per aanvraag of het voor de uitvoering van werkzaamheden of activiteiten noodzakelijk is het gesloten gebied te betreden.

2.. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien:

  • - de afstand tot omliggende laad- en losvoorzieningen redelijkerwijs niet kan worden overbrugd vanwege de aard van het vervoer of de werkzaamheden;
  • - redelijkerwijs niet kan worden volstaan met uitvoering binnen de venstertijden;
  • - de duur en frequentie van de toegang in verhouding staan tot het doel van de ontheffing;
  • - de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid voor hulpdiensten is gewaarborgd.

3.. Redenen van een efficiënte bedrijfsvoering of het verkorten van routes worden niet als noodzakelijk aangemerkt en vormen geen grond voor een ontheffing.

4.. Voor de doelgroepen genoemd in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 wordt de noodzaak in beginsel aanwezig geacht. Per aanvraag beoordeelt het college of en in welke mate toegang tot het gesloten gebied noodzakelijk is.