Naar hoofdinhoud

Artikel 2-

Urgentie wegens sociale problematiek

Onderdeel van Beleidsregels Huisvestingsverordening Leusden 2025

Onder ernstige sociale problematiek als bedoeld in artikel 3.2.6 sub b van de Huisvestingsverordening Leusden 2025 wordt in ieder geval verstaan: een levensbedreigende situatie mede veroorzaakt door de huidige woonsituatie; dakloosheid door een calamiteit waaraan de aanvrager geen schuld heeft; het moeten verlaten van de woonruimte als gevolg van een ontruimingsvonnis, voor zover dit niet door aanvrager voorkomen had kunnen worden; ernstige financiële problematiek ontstaan buiten de schuld van de aanvrager waardoor de woonlasten niet meer kunnen worden betaald en die niet het gevolg zijn van een relatiebreuk. Als uitwerking van deze regels in de verordening, wordt in beginsel geen urgentieverklaring afgegeven in de volgende -niet limitatieve- gevallen: Aanvrager woont bij iemand in en wil graag een eigen woning. Aanvrager vindt dat zijn/haar woonruimte te klein of te groot is. Bij hinder van de buren. Aanvrager woont in een moeilijke thuissituatie, bijvoorbeeld met spanningen tussen ouders en kinderen. Bij vrijwillige verkoop van de eigen woning. Als de ouders verhuizen, maar aanvrager in Leusden wil blijven wonen. Als aanvrager dichter bij het werk, de winkels, bus, ziekenhuis of dergelijke wil wonen. Als aanvrager terugkomt uit het buitenland. Als aanvrager al langere tijd op een woning wacht. Als aanvrager heimwee heeft. Het verzoek om urgentie op grond van sociale problematiek (artikel 3.2.6 van de Huisvestingsverordening Leusden 2025) moet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van aanvrager verwacht mag worden, maar uiterlijk 6 weken na de datum van het ontruimingsvonnis en in andere gevallen uiterlijk 3 maanden na het ontstaan van de omstandigheid, worden ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel