Onder ‘geen schuld’ of ‘buiten schuld’ als bedoeld in artikel 2 of artikel 3.2.6 onder b van de Huisvestingsverordening Leusden 2025 wordt verstaan dat de noodsituatie is ontstaan als gevolg van omstandigheden die aantoonbaar niet aan diens eigen gedrag of nalaten kunnen worden toegerekend, en waarin geen sprake is van verwijtbare of vermijdbare oorzaak.
Daarbij wordt gekeken naar de volgende criteria:
Niet verwijtbare oorzaak
Van buiten schuld is sprake indien het verlies van de woonruimte voortvloeit uit externe omstandigheden die buiten de invloedssfeer van de woningzoekende liggen, waaronder in ieder geval begrepen:
onbewoonbaarverklaring of ernstige gebreken aan de woonruimte;
gedwongen vertrek wegens sloop, renovatie of herstructurering, voor zover dit niet door betrokkene voorkomen had kunnen worden, zonder dat tijdige, passende herhuisvesting is aangeboden.
Geen eigen toedoen
Van buiten schuld is geen sprake indien de situatie (mede) is veroorzaakt door verwijtbaar gedrag van de woningzoekende, waaronder in ieder geval:
ernstige of herhaaldelijke overtreding van huurvoorwaarden of overlast;
structurele huurachterstand die aan de woningzoekende kan worden toegerekend;
opzegging van de huurovereenkomst door de woningzoekende zonder zwaarwegende redenen.
Redelijkheidstoets
De beoordeling of sprake is van buiten schuld omvat tevens een redelijkheidstoets, waarbij wordt vastgesteld of de woningzoekende alle inspanningen heeft verricht die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hem of haar konden worden verwacht om de woonsituatie te behouden of te herstellen.
Bewijslast
De woningzoekende dient de feiten en omstandigheden die wijzen op een situatie van buiten schuld aannemelijk te maken door middel van objectieve en verifieerbare gegevens.
Artikel 3.
Geen schuld of buiten schuld
Onderdeel van Beleidsregels Huisvestingsverordening Leusden 2025