Naar hoofdinhoud
1.. Voor overtreding van het handelen in strijd met artikel 2 van de wet, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. 2.. Geconstateerde overtredingen, waarvoor een bestuurlijke boete op grond van artikel 19 van de wet is opgelegd, worden door het college in beginsel openbaar gemaakt. Dit geldt ook ten aanzien van een bestuurlijke boete bij recidive. Van openbaarmaking wordt afgezien indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van het college niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid. 3.. De namen van betrokken natuurlijke personen worden niet openbaar gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders niet opweegt tegen het belang, zoals bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid. 4.. Bij toepassing van het gestelde in het eerste lid van dit artikel hanteren burgemeester en wethouders de boetes als vermeld in artikel 6 van deze beleidsregels. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige exploitatie en andere verhuurders. De boetes bij bedrijfsmatige exploitatie en recidive zijn hoger. 5.. Als een overtreding van de wet (artikel 2 Wgv) ook strafbaar is, overleggen burgemeester en wethouders hierover met het Openbaar Ministerie, op grond van artikel 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht. 6.. In het overleg, als bedoeld in artikel 4.1, vierde lid, van deze beleidsregels, maken burgemeester en wethouders, in samenspraak met het Openbaar Ministerie, de afweging onder welke omstandigheden wordt gekozen voor een bestuurlijke boete of strafrechtelijke afdoening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel