Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.3

Verticale ligging

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Houten

1.. In de ondergrond, bij een standaard trottoirbreedte zonder bomen en gerekend vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen en transportleidingen volgens een vaste diepte ingedeeld. Deze diepte verschilt per deelgebied in de kern Houten alsmede de overige bebouwde kommen en is in de bijlage globaal aangegeven. 2.. Met nadruk wordt erop gewezen dat voornoemd basisprincipe moet worden nagestreefd. Slechts in bijzondere gevallen kan de gemeente een andere diepteligging toestaan. 3.. Uitgangspunten bij verticale ligging: distributieleidingen liggen ondieper dan transportleidingen; vrijverval leidingen hebben voorrang boven drukleidingen; bij kruisingen van leidingen met andere leidingen bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,20 m; strook tussen T -0,60 m en T -0,80 vrijhouden;

Rechtspraak bij dit artikel