Bij boringen/persingen, in welke vorm ook, is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt ten minste 0,50 m, waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding moet worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat moet aantoonbaar worden gegarandeerd om afwijkingen tijdens de uitvoering op te vangen.
Bij het kruisen van sloten / open watergangen moet een minimale gronddekking van 1,00 m ten opzichte van de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang worden aangehouden.
Wegkruisingen en waterkruisingen haaks op de as van de weg of watergang uitvoeren.
Indien de aanwezige bodem van de watergang lager ligt dan de ontwerpdiepte moet een gronddekking van 2,00 m ten opzichte van de aanwezige bodem worden aangehouden. Een en ander conform de eisen van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Persingen en boringen dienen dusdanig te worden uitgevoerd dat er tussen de mantelbuis en de omliggende grond geen holle ruimtes meer aanwezig zijn.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.4
Aanvullende eisen voor verticale ligging
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Houten