Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Klimaatbestendig en klimaatneutraal

Onderdeel van Handboek Inrichting Openbare Ruimte HIOR gemeente Heumen

Heumen ervaart steeds heftigere buien, langere perioden van droogte en warmtegolven. Dit raakt alle inwoners: weggespoeld fruit in tuinen, driekwart van het gras dat verdort, oudere mensen die niet meer naar buiten durven in vanwege de hitte. Tegelijkertijd moet de gemeente in 2050 volledig klimaatneutraal zijn – geen uitstoot van broeikasgassen, volledig gebruik van hernieuwbare energie. Dit is niet alleen een gemeentelijke ambitie – het is ook een regionale opgave (RES, Regionale Energiestrategie) en nationale verplichting. De Strategische Visie 2030 noemt dit "Natuurlijk duurzaam" en de Omgevingsvisie stelt: "De gemeente is in 2035 (uiterlijk 2050) een klimaatneutrale en klimaatbestendige samenleving." 3.1.1Hoe Heumen dit aanpakt De openbare ruimte speelt hier een belangrijke sleutelrol. Hemelwater moet op het eigen terrein worden opgeslagen en geïnfiltreerd, want het mag niet naar het gemeentelijk riool. Bomen geven schaduw en helpen tegen oververhitting. Hoe minder verhardingen, des te minder hittestress. En een grotere diversiteit aan beplanting helpt om de natuur in stand te houden en te versterken. Hemelwater lokaal opvangen en infiltreren. In plaats van al het regenwater meteen af te voeren naar de riolering, volgen we het principe van "op de plaats zelf infiltreren". Dit werkt met oppervlakkige waterberging en infiltratie in wadi's, en ondergrondse infiltratievoorzieningen. Het Beleidsplan water en riolering 2023-2027 schrijft dit voor: "Het bodem- en watersysteem zijn sturend in deze planvorming." Dit betekent dat we nieuwe ontwikkelingen ontwerpen rond de natuurlijke waterhuishouding, niet omgekeerd. De gemeente heeft een opgave om hemelwater bij hevige regenbuien te verwerken. Waar de waterbergingsopgave ter plaatse niet kan worden opgelost, realiseren we structureel "blauwgroene aders" – groenstroken met waterberging die water afvoert naar bergingslocaties aan de randen van kernen. Bomen geven schaduw en verkoeling. We streven naar minstens 20% boomkroonbedekking in de openbare ruimte van kernen. Dit is ambitieus, maar nodig om hittestress tegen te gaan. De Omgevingsvisie zegt expliciet: "De gemeente neemt een regisserende rol in het vergroenen van de openbare ruimte (minder stenen, meer bomen)." Bomen worden bij voorkeur geplant in groenstroken in plaats van los in bestrating, zodat ze goed kunnen groeien en dieren er gebruik van kunnen maken. Minder verhardingen. Verhardingen nemen warmte op en geven dit weer af waardoor extra opwarming ontstaat. Daardoor is het in bebouwd gebied warmer dan in het landelijk gebied. Door minder verharding toe te passen, vindt er minder opwarming plaats. Het kiezen voor lichtere kleuren verharding kan ook helpen voor minder opwarming. Ook het toepassen van één trottoir in plaats van twee trottoirs zorgt voor minder verharding en ruimte voor groenstroken. Bij aanleg van nieuwe openbare ruimte heeft dat onze voorkeur. Vergroten van biodiversiteit. Door het planten van meer verschillende inheemse bomen en planten is de natuur beter in staat om zichzelf te versterken. Dat is van levensbelang voor de insecten, vogels, vleermuizen, muizen én mensen, zoals ook beschreven in het Programma Landschap en groen.

Rechtspraak bij dit artikel