4.5.1 Algemeen
Uitgangspunten en eisen
Waarom
Verwijzing ambities H3
Voor het opstellen van een inrichtingsplan gelden in ieder geval de uitgangspunten opgenomen in het Programma Landschap en Groen en het Beleidsplan IBOR gemeente Heumen.
Dit zorgt voor meer natuur en gezondheid.
3.5 Natuurinclusief
Bij ontwikkelingen dient in het ontwerp en bij de realisatie een duidelijke fysieke scheiding te bestaan tussen openbaar groen en particulier groen.
Dit zorgt voor duidelijke eigendoms- en onderhoudsgrenzen.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Het groenontwerp dient efficiënt en doelmatig beheer van de groenvoorzieningen mogelijk te maken. Werk met aaneengesloten plantvakken, waarin plantsoorten zijn afgestemd op de locatie en grootte van de plantvakken. Beplanting afstemmen op de plaatselijke aanwezige grondslag.
Dit zorgt voor efficiënt onderhoud en beheer en het behoud van de gewenste kwaliteit.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Beeldbepalende en toekomstbestendige bomen en waardevol bestaand groen worden zo veel mogelijk in het ontwerp opgenomen met groeiplaatsverbeteringen, zodat zij toekomstbestendig zijn.
Dit zorgt voor karakter en meerwaarde in het (stedelijk) landschap.
3.5 Natuurinclusief
Bij nieuwbouwplannen dienen groenvoorzieningen te worden gerealiseerd. Houdt daarbij de volgende percentages van de openbare ruimte aan:
20% boomkroonbedekking
15% struiken, heesters en overige middelhoge vegetatie
20% gras
Plantkeuze in overleg met gemeente en streef naar basiskwaliteit natuur (Deltaplan biodiversiteit), biodiversiteit en klimaatbestendigheid van het toe te passen groen.
Dit geeft meer biodiversiteit, balans en afwisseling.
3.5 Natuurinclusief
Soort afstemmen op grondsoort en groeiomstandigheden. Voorafgaand aan opstellen plantplan dienen bodemgegevens worden verzameld.
Dit zorgt voor efficiënt onderhoud en beheer en het behoud van de gewenste kwaliteit.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
4.5.2 Bomen en kruinbedekking
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
In het ontwerp dient gestreefd te worden naar minimale boomkroonbedekking van 20% van de openbare ruimte. Maak daarbij gebruik van bestaande bomen binnen het plangebied, indien mogelijk.
Dit zorgt voor vermindering van hittestress. En het zorgt voor een toekomstbestendig beheer.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Bomen worden bij voorkeur geplant in aaneengesloten groenstroken, niet als losse vakken in bestrating. De bomen staan op voldoende afstand van verhardingen en hebben voldoende ondergrondse groeiruimte om wortelopdruk in de toekomst te voorkomen. Handboek Bomen
Dit geeft betere groei en voorkomt later schade aan verhardingen.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Boomspiegels moeten minimaal 1,5 × 1,5 meter groot zijn met een ondergrondse groeiruimte van tenminste 9m³. Afhankelijk van boomsoort volgens Handboek Bomen. Boomspiegels inplanten met bodembedekkende begroeiing.
Dit zorgt voor voldoende groeiruimte.
3.5 Natuurinclusief
Bij te handhaven bomen mag de maximale maaiveldophoging binnen de kroonprojectie niet meer bedragen dan 0,05 m. Indien meer ophoging gewenst is, dienen in overleg met de gemeentelijke groenbeheerder maatregelen te worden getroffen ter behoud van de boom.
Dit zorgt voor een toekomst bestendig bomenbestand.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
Te handhaven bomen worden ingemeten en duidelijk in het ontwerp aangegeven op ware grootte.
Dit zorgt voor een toekomst bestendig bomenbestand.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Standplaatsen van bomen afstemmen met het verlichtingsplan.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Bomen van derde grootte niet langs doorgaande wegen (hoofdwegen) planten. Bomen van derde grootte kunnen onvoldoende worden opgekroond.
Dit zorgt voor verkeersveiligheid.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Bomen mogen niet op kabels, leidingen of riooltracés worden geplant. En andersom, bij bomen geen graafwerkzaamheden, alleen gestuurde boringen. Hierbij gelden regels uit de AVOI en Handboek Kabels en Leidingen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer en voorkomt schade.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Voorkom toekomstige wortelopdruk door bomen die naast verhardingen staan te voorzien van wortelschermen volgens Handboek Bomen. Stem boomsoort en de inrichting van boomplantvak af op de locatie om wortelopdruk te voorkomen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer en voorkomt schade.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Bomen op parkeerplaatsen voorzien van beschermende maatregelen tegen aanrijden, conform Handboek Bomen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer en voorkomt schade.
3.2 Gezonde, veilige leefomgeving
Zorg dat bomen in volgroeide toestand (kroonprojectie) niet boven ondergrondse containers en container-opstelplaatsen groeien om ledigen van de containers te garanderen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer en voorkomt schade.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Bij (her)ontwikkelingen worden bomen met te kleine groeiruimten vervangen door bomen met voldoende groeiruimte.
Dit zorgt voor een toekomst bestendig bomenbestand.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
In nieuwbouwplannen dienen de locaties van bomen en locaties van zonnepanelen op elkaar te worden afgestemd.
Dit zorgt voor een toekomst bestendig bomenbestand.
3.1 Klimaatbestendig en klimaatneutraal
4.5.3 Plantvakken
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Voorkom in het ontwerp overrijdbare hoeken van (boom)plantvakken.
Dit voorkomt beschadiging.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Bij opstelling beplantingsplan rekening houden met voldoende variatie in bloeiperiode en plant- en bladkleur. De te kiezen soorten dien in overleg met de gemeente te worden bepaald.
Dit zorgt voor biodiversiteit en vergroot de onderhoudbaarheid.
3.5 Natuurinclusief
Bodem geheel bedekt met beplanting. Bij plantafstand aan randen rekening houden met overgroei randen; ongeveer 25 cm uit rand planten. Voorkom toekomstige overhang van groen langs paden en wegen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer en beeldkwaliteit
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Minimale afmetingen van plantvakken zijn:
Voor grove heesters, breedte minimaal 4,0m en oppervlakte minimaal 40,0m²;
Voor fijne heesters, breedte minimaal 1,5m en oppervlakte minimaal 4,0 m².
Beperk het aantal kleine heestervakken.
Dit zorgt voor toekomst bestendig beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
4.5.4 Gras
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Taluds maximaal 1:3, dus niet steiler.
Dit zorgt voor machinaal maaibare grasstroken en gazons.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Streefdoel: maximale bloemrijkheid in gras, behalve waar functionele eisen gelden (spelen, recreatie).
Dit zorgt voor versterking van de biodiversiteit.
3.5 Natuurinclusief
Ontwerp grasstroken zodat een minimale maaibreedte van 2,5m beschikbaar is.
Houdt rekening met de minimale maaibreedte van 2,5m rondom bomen en speeltoestellen.
Dit zorgt voor toekomst bestendig en uitvoerbaar beheer.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
In het buitengebied dient naast de verharding een grasberm te worden aangebracht van minimaal 1,0m breed.
Dit zorgt voor een landschappelijk karakter.
3.5 Natuurinclusief
4.5.5 Loopverbindingen en bescherming
Uitgangspunten inrichting
Waarom
Verwijzing ambities H3
Bij ontwikkelingen dienen logische loopverbindingen te worden aangebracht om te voorkomen dat beplanting belopen wordt. Dit vergt extra aandacht bij speelvoorzieningen. Om plaatselijk platlopen van plantvakken te voorkomen dienen tijdelijke afrasteringen te worden aangebracht op plaatsen waar dit verwacht kan worden. Deze afrasteringen bestaan uit houten palen met frans schapenhekwerk. Het plaatsen van deze afrasteringen dient te gebeuren in overleg met gemeente Heumen.
Dit beschermt jonge planten.
3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5
Groenvoorzieningen
Onderdeel van Handboek Inrichting Openbare Ruimte HIOR gemeente Heumen