Het primaire doel van de inzet van VTHA is het behoud en waar nodig verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dat betekent enerzijds dat de omgevingsdienst voldoende zichtbaar maakt wat de inzet feitelijk oplevert (outcomegericht). Denk hier aan bijvoorbeeld omgevingsveiligheid, leefbaarheid, biodiversiteit of duurzaamheid. En wat de bijdrage is aan de realisatie van de bredere opgaven.
Het betekent ook dat de inzet van de omgevingsdienst voldoende moet aansluiten bij die lokale en regionale opgaven. Dat vraagt om een goede verbinding en samenspel met beleidsmedewerkers en projectleiders die (lokaal) verantwoordelijk zijn voor die opgaven. Bijvoorbeeld door het vroegtijdig betrekken van de omgevingsdienst bij nieuwe plannen en projecten. De relatie tussen de omgevingsdienst en gemeenten is niet alleen die van opdrachtgever en opdrachtnemer maar ook die van partner.
Een effectieve uitvoering van de VTHA-milieutaken vraagt ook om nauwe samenwerking met de ketenpartners. De politie, het OM, de ILT, de veiligheidsregio, het waterschap, de GGD, Rijkswaterstaat, de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA).
De veiligheidsregio, waterschap en GGD vervullen elk een essentiële rol bij het signaleren, aanpakken en voorkomen van risico's in de fysieke leefomgeving. Door informatie - over bijvoorbeeld hotspots met gezondheidsrisico's - te delen, gezamenlijke prioriteiten te stellen en acties op elkaar af te stemmen, wordt de effectiviteit van het optreden versterkt. Deze samenwerking is onmisbaar bij complexe opgaven zoals fysieke veiligheid, milieucriminaliteit, asbestverwijdering en het voorkomen van de verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de lucht, het water en de bodem.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Een goede verbinding met de gemeenten, provincie en ketenpartners
Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe