Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Het borgen van de kwaliteit van de uitvoering en de handhaving

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe

In lijn met de aanbevelingen uit het rapport van Van Aartsen zet de omgevingsdienst in op een effectieve en slagvaardige organisatie en uitvoering. Daarbij staan de borging van voldoende onafhankelijkheid en deskundigheid van de omgevingsdiensten én een duidelijke, effectieve verdeling van rollen, taken en bevoegdheden centraal, conform het landelijke IBP VTH. De organisatie en uitvoering van de VTH-taken moeten ook voldoen aan wettelijk vastgelegde kwaliteitscriteria. Dat gaat om de beheersing van de uitvoering (beleids- en uitvoeringscyclus), de 'robuustheid' van de organisatie en het hebben van voldoende capaciteit, deskundigheid en de juiste competenties en het borgen van de financiële middelen in de begroting. De basis voor de uitvoering door de omgevingsdienst is een omgevings- en risicoanalyse en het op basis daarvan vastleggen van prioriteiten en doelstellingen. De omgevingsdienst stelt prioriteiten aan de hand van een risicoanalyse op basis van het eventuele effect van een incident en de kans dat zo'n incident zich voordoet. Het naleefgedrag van bedrijven wordt hierbij ook meegenomen. De inzet is om deze risicoanalyse de komende jaren dusdanig te verfijnen dat er voor elk individueel bedrijf een risicoprofiel kan worden opgesteld. Dat wil zeggen van een algemene branche- en themagerichte bepaling van prioriteiten naar een risico-analyse op bedrijfsniveau. Die doelstellingen zullen niet in één keer gehaald kunnen worden. In een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma worden meer concrete doelstellingen vastgelegd: wat moet er in dat jaar gerealiseerd worden? De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Over de resultaten en evaluatie van de uitvoering wordt gerapporteerd aan het algemeen bestuur. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot de bijstelling van prioriteiten en aanpak, maar kunnen ook voor beleid nieuwe inzichten bieden in ontwikkelingen, vraagstukken en opgaven in de regio. Dat betekent dat vanuit de uitvoering er ook een meer beleidsmatige terugkoppeling zal plaatsvinden. Zo zal de strategie jaarlijks, een 'APK-keuring' krijgen vanuit monitoring en evaluatie. Om de vier jaar wordt langs de meetlat van de actuele lokale (milieu)ambities een actualisatie uitgevoerd. Insteek daarbij is niet periodiek een volledig nieuw document, maar op basis van de jaarlijkse 'APK' en de vierjaarlijkse actualisatie te komen tot een continu dynamisch, actuele U&H-strategie. De strategie wordt in hoofdstuk 8 uitgewerkt, waarin wordt beschreven hoe de omgevingsdienst de kwaliteit van de uitvoering ook de komende jaren wil borgen en waar nodig verbeteren.

Rechtspraak bij dit artikel