Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Samen werken aan een gezonde leefomgeving

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe

Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Dit kan een natuurlijke omgeving zijn met groen en water, die helpt om hitte en wateroverlast tegen te gaan en bijdraagt aan klimaatbestendigheid. Een gezonde leefomgeving is essentieel voor het welzijn van inwoners en de aantrekkelijkheid van de regio. Die kan onder druk staan door allerlei oorzaken. Denk aan verminderde luchtkwaliteit, geluidhinder, geurbelasting, bodemkwaliteit en hittestress. Ook stikstofemissies dragen indirect bij aan gezondheidsrisico's, onder meer via omzetting in fijnstof (secundair aerosol) of door effecten op de stedelijke groenstructuur. Deels gaat het in de regio om bestaande lokale knelpunten ('hotspots') die om een oplossing vragen. En deels om nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw of nieuwe bedrijfsterreinen, die om zorgvuldige afweging van ambities en gezondheidsrisico's vragen. Bij het werken aan een gezonde leefomgeving staat de regio de komende jaren voor een aantal uitdagingen: Het verbeteren van de luchtkwaliteit. De Europese raad nam op 14 oktober 2024 een nieuwe richtlijn voor luchtkwaliteit aan. Vanaf 2030 gaan er strengere eisen gelden voor bijvoorbeeld fijnstof en stikstofdioxide. De luchtkwaliteit kan nu al onder druk staan door verkeer en industriële emissies maar ook door het stoken van hout in kachels. Daarbij is er maatschappelijk ook een toenemende aandacht en zorg over de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de lucht, het water en in de bodem. Gemeente Brummen, Putten en Harderwijk hebben het Schone Lucht Akkoord ondertekend; Geluidsoverlast speelt bij veel gemeenten in de regio. Door bedrijfsactiviteiten, transportbedrijven, horeca (binnensteden), verkeer, spoorwegen en defensie (Oldebroek, Elburg, Epe en Heerde); Geurhinder in onder andere Putten, Elburg, Harderwijk, Brummen en Apeldoorn. Veroorzaakt door bijvoorbeeld voedselverwerking, afvalverwerking, agrarische bedrijven of papierfabrieken; Asbestverwijdering. Vooral in de oudere wijken en voormalige bedrijfslocaties wordt nog regelmatig asbest aangetroffen bij sloopactiviteiten; Indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater zijn een significante bron van waterverontreiniging: dat levert risico's op voor de kwaliteit van het drinkwater, de gezondheid en ecosystemen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die streeft naar een goede waterkwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. Indirecte lozingen, zoals afvalwater van bedrijven dat via het riool op het oppervlaktewater terechtkomt, spelen een belangrijke rol in het behalen van de KRW-doelen; Bodemverontreiniging op voormalige bedrijfslocaties; Toename van hittestress in stedelijke gebieden, maar ook in de bebouwde omgeving van kleinere gemeenten; Het voorkomen van een achteruitgang van de biodiversiteit. Klimaatverandering versterkt deze risico's, bijvoorbeeld een verslechtering van de luchtkwaliteit tijdens droge en warme perioden of risico's van vervuiling als hoogwater bedrijven of opslagen bereikt. Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Gemeenten in de regio en de provincie streven naar een veilige en gezonde leefomgeving waarin nieuwe ontwikkelingen verantwoord worden ingepast. Omgevingsdienst Veluwe ondersteunt deze ambitie door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering gericht in te zetten op het beperken van risico's voor mens en milieu. Via risicogerichte inzet draagt de omgevingsdienst bij aan de omgevingsveiligheid, het voorkomen van nieuwe risico's en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Gemeentelijke en provinciale ambities Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe 2.1. Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte. 2.1.2. Het samen met de GGD de gemeenten integraal adviseren over een gezondheid-bevorderende inrichting van de leefomgeving (positieve gezondheid); 2.1.2. Toetsen van woningbouw- en bedrijfsterreinprojecten aan relevante risico's wat betreft luchtkwaliteit, geluid, geur en emissies van ZZS (bodem, water, lucht, afval); 2.1.3 Signaleren van mogelijke gezondheidsrisico's en zo nodig de inhoudelijke expertise van de GGD betrekken bij onderzoek en duiding; 2.1.4. Gezamenlijke (beleids)kaders ontwikkelen voor het maken van afwegingen, zoals het monitoren van de Basisgeluidemissie (BGE). Ook met inbreng van de GGD. 2.2. Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving. 2.2.1. Structureel borgen van de kennisdeling tussen GGD, omgevingsdienst en gemeenten; 2.2.2. Het structureel verbeteren van de informatiepositie door gebruik bestaande informatie (RIVM, GGD), het inventariseren en op kaart zetten van risicobronnen en het verkennen van de mogelijkheden tot het uitvoeren van milieumetingen (bijvoorbeeld waar het gaat om hittestress of luchtkwaliteit); 2.3. Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water. 2.3.1. Bij bedrijven met milieubelastende activiteiten die een verhoogd risico met zich meebrengen voor de gezondheid en de leefbaarheid worden vergunningaanvragen uitvoerig getoetst, gecontroleerd en waar nodig gehandhaafd. De prioriteit ligt bij de chemie en metaalbedrijven, intensieve veehouderijen, voedingsmiddelenindustrie, logistiek en distributie, afvalverwerking en automotive; 2.3.2. Het toezien op de informatie en reductieverplichting van bedrijven waar het gaat om de emissies van ZZS; 2.3.3. Investeren in kennis over indirecte lozingen en het waar nodig actualiseren van vergunningen, het opleggen van maatwerkvoorschriften en het intensiveren van het toezicht daarop. 2.4. De 'hotspots' met structurele gezondheidsrisico's en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt. 2.4.1. Samen met de gemeenten een integrale (projectmatige) aanpak opzetten waarbij de omgevingsdienst vooral een bijdrage levert door toezicht en handhaving op MBA's die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en leefbaarheid; 2.4.2. Stimuleren van het verwijderen van asbest i.v.m. calamiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel