Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Samen werken aan verduurzaming

Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe

De Veluwe en de IJsselvallei zijn niet alleen een waardevol natuurgebied, maar ook een regio waar klimaatverandering steeds nadrukkelijker invloed heeft op de leefomgeving. In de regio zijn de gevolgen van klimaatverandering al merkbaar: langere perioden van droogte, intensievere buien met wateroverlast, hittegolven en toenemende druk op de beschikbaarheid van water en energie. Nederland stelde het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie vast. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel om wateroverlast, droogte, hittestress en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig, CO2 neutraal en water-robuust is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan dit programma. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie werkt vanuit zeven ambities, en doet dat in een cyclisch proces. Daarnaast blijft er maatschappelijke urgentie om de transitie naar een duurzame samenleving te versnellen. Energiebesparing, verduurzaming van mobiliteit en landbouw, circulaire economie en klimaatadaptatie zijn thema's die in de regio steeds belangrijker worden. Bij circulaire economie is de ambitie van het kabinet om het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 te halveren. Belangrijk is het Circulair Materiaalplan (CMP) dat eind 2025 in werking moet treden. Dit is een uniform (wettelijk) kader voor de transitie naar een circulaire economie. Dit geldt zowel voor bedrijven als voor overheden. De gemeenten en de provincie zetten in op verduurzaming. Dit omvat het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen en grondstoffen, het verbeteren van energie-efficiëntie, en het stimuleren van een circulaire economie. Daarbij is klimaatadaptatie een belangrijk aandachtspunt. Dat wil zeggen het nemen van maatregelen om de regio weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden. Langere perioden van droogte, meer piekbuien en druk op de drinkwatervoorziening vragen om een klimaatbestendige omgang met water. Waterberging, infiltratie en zuinig watergebruik zijn cruciale opgaven bij gebiedsontwikkeling en verduurzaming van stedelijk en landelijk gebied. De energietransitie brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee: het inpassen van zonnevelden en windenergie moet zorgvuldig gebeuren om natuur, landschap en leefomgeving niet onnodig te belasten. Daarnaast zijn er problemen met de netcapaciteit en met netcongestie. Tegelijkertijd vraagt de circulaire economie om het beperken van afval en het sluiten van grondstoffenkringen, een opgave waarin ook het bedrijfsleven in de regio een belangrijke rol speelt. Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Met zijn inzet ondersteunt Omgevingsdienst Veluwe de overgang naar een duurzame, klimaatbestendige regio en de transitie naar een circulaire economie. Onder andere door energietoezicht bij bedrijven, afvalstromen te toetsen aan het CMP en ruimte te bieden aan innovatieve oplossingen. En door gemeenten bijvoorbeeld te adviseren bij de planontwikkeling, het opzetten van warmtenetten, het omgaan met hittestress en circulair bouwen. Gemeentelijke en provinciale ambities Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe 4.1. Een duurzame en klimaat-adaptieve gebiedsontwikkeling 4.1.1 Adviseren over integrale duurzame gebiedsontwikkeling bij ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld over CO2-vrije wijken, klimaatadaptatie, circulaire economie en duurzame mobiliteit; 4.1.2. Adviseren over klimaatadaptatiemaatregelen zoals vergroening, waterberging en hittebestendigheid binnen projecten, omgevingsplannen en specifieke programma's gericht op waterbeheer. 4.2. Het in 2050 CO2-neutraal zijn en het daartoe versnellen van de energietransitie en verduurzaming bij bedrijven 4.2.1. Actief benutten van milieuvergunningen en maatwerkbesluiten om energiebesparings- en verduurzamingsmaatregelen bij bedrijven te borgen; 4.2.2. Stimuleren van duurzame innovaties via vergunningverlening en advisering; 4.2.3. Toezichtprojecten gericht op energiebesparing en circulaire bedrijfsvoering; uitvoeren van energiecontroles en handhaving op naleving van de energiebesparingsplicht; 4.2.4. Toezicht op de rapportageverplichting in verband met werkgebonden personenmobiliteit. 4.3. Bijdragen aan een circulaire economie (landelijke doelstelling 100% circulair in 2050) en een reductie van afvalstromen 4.3.1. Stimuleren van circulaire bedrijfsvoering door toezicht op afvalbeheer, sluiten van kringlopen en advisering over circulaire principes in vergunningverlening; 4.3.2. In vergunningen ruimte bieden voor innovatieve oplossingen; 4.3.3. Adviseren gemeenten waar het gaat om het toepassen van secundaire grondstoffen bij (ver)bouw en renovatie; 4.3.4. Toezicht op het scheiden van bouwafval; 4.3.5. Het samen met de gemeenten en provincie regionaal voorsorteren op en implementeren van het Circulair Materialen Plan (CMP). 4.4. Ondersteunen van de uitvoering van het Klimaatakkoord en het Regionale programma energievoorziening. 4.4.1. Actieve deelname aan regionale overleggen; adviseren en bijdragen aan uitvoering van het programma, inclusief deelname aan duurzame energieprojecten en integratie van klimaat- en energiedoelen in omgevingsvisies.

Rechtspraak bij dit artikel