Aan milieubelastende activiteiten worden eisen gesteld. Via algemene regels of in de omgevingsvergunning. Omgevingsdienst Veluwe heeft de volgende taken als het gaat om regulering:
Het verlenen, weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning;
Het (ambtshalve) actualiseren van vergunningen;
Het behandelen van meldingen en informatieplichten (b.v. met betrekking tot ZZS-emissies);
Het verlenen van ontheffingen;
Het besluiten over maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid;
Het toetsen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het naleven van de regels die van toepassing zijn. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit moeten de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig zijn afgewogen. De belangrijkste toetsingskaders voor milieu zijn het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale omgevingsverordening Gelderland, de waterschapsverordening Vallei en Veluwe en de omgevingsplannen van de gemeenten.
Vergunningen en besluiten over initiatieven moeten kwalitatief op orde zijn. Dat houdt enerzijds in dat ze voldoende ruimte bieden aan een te nemen initiatief en de omgevingskwaliteit borgen. Anderzijds moet een vergunning de initiatiefnemer de handvatten bieden om de gestelde regels na te leven en moet de vergunning handhaafbaar zijn. Het beoordelen van en besluiten over een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gebeurt:
In overeenstemming met de (landelijke, provinciale en lokale) wet- en regelgeving;
Risicogestuurd;
In de geest van de Omgevingswet ("ja, mits" i.p.v. "nee, tenzij");
Vanuit een dienstverlenende opstelling: klantgericht en zakelijk;
Integraal;
Op transparante wijze en juridisch correct.
Voor de vergunning zelf geldt dat die:
Uitgaat van het volgen van de best beschikbare technieken (BBT) en een algemene zorgplicht van de ondernemer;
Is geschreven in duidelijke en begrijpelijke juridische correcte taal;
Doelmatig en specifiek is (geen overbodige voorschriften);
Handhaafbaar en uitvoerbaar is.
De omgevingsdienst biedt altijd de mogelijkheid aan tot vooroverleg; daarin wijst de omgevingsdienst ook op het belang van het betrekken van de omgeving met het oog op de participatieplicht die een initiatiefnemer heeft. Het vooroverleg is nuttig om te bepalen of de voorgenomen milieubelastende activiteit binnen de geldende regelgeving past en om voorlichting te geven inhoud en procedure rond de aanvraag. Het kan ook helpen om de communicatie te vergemakkelijken en om tijd en kosten te besparen bij de formele aanvraag.
Het algemene uitgangspunt is dat de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van een volledige en integrale (ontvankelijke) aanvraag. In het kader van de preventiestrategie zal de omgevingsdienst daarom zorgen dat regels voldoende duidelijk zijn.
Financiële zekerheidstelling
Als een bedrijf failliet gaat en er op het terrein bijvoorbeeld nog afvalstoffen aanwezig zijn met een negatieve restwaarde, is de kans groot dat de overheid opdraait voor de verwerkingskosten daarvan. Om die reden is met het in werking treden van de Omgevingswet het instrument Financiële zekerheidsstelling geïntroduceerd. Voor risicovolle bedrijven is zo'n zekerheidsstelling wettelijk verplicht. Bij afvalbedrijven geldt dat het bevoegd gezag zo'n verplichting kan opleggen. Omgevingsdienst Veluwe zal in overleg met de gemeenten bepalen bij welke bedrijven zo'n zekerheid zal worden gevraagd.
Bij de beoordeling van vergunningaanvragen hanteert de omgevingsdienst een toetsprotocol. Daarbij wordt de diepgang van de toetsing bepaald door de potentiële milieurisico's. Daarbij worden ook de locatie van de activiteit en eerder vertoond naleefgedrag meegenomen. Bij milieubelastende activiteiten met een laag risico vindt alleen toetsing van uitgangspunten van de aanvraag plaats. Bij activiteiten met een hoog risico wordt integraal getoetst.
Bibob
In voorkomende gevallen kan de omgevingsdienst een gemeente adviseren om een Bibob-toets uit te (laten) voeren. Dat wil zeggen vooral bij milieubelastende activiteiten die gevoelig zijn voor ondermijning (zoals afvalverwerking en grondverzet) en/of als er signalen zijn dat de vergunning mogelijk gebruikt wordt om criminele of illegale activiteiten mogelijk te maken. Harmonisatie van het Bibob-beleid van de gemeenten is hier een aandachtspunt.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3
Reguleren
Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe