Grondeigendom is een krachtig middel om beleidsdoelen van de gemeente te realiseren. Impulsen om tot koop of verkoop van grondposities over te gaan ontstaan vanuit opgaven voor stedelijke ontwikkeling, maar ook uit doelstellingen van andere beleidsvelden. Er is bijvoorbeeld behoefte aan het ontwikkelen van een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) of een sportpark. Het grondbeleid van de gemeente is voorwaardenscheppend voor en dienend aan deze ontwikkelingen.
Deze nota heeft relatie met andere strategische nota’s zoals de Omgevingsvisie, de Economisch Ruimtelijke Visie, de Woningbouwplanning en -programmering 2021 t/m 2030 en de Visie Cultuur en Erfgoed 2025–2035. Deze visies zijn op inhoud leidend en geven de kaders aan waarbinnen de gemeente grondbeleid voert. Daarnaast bestaan ook beleidsvelden die nevengeschikt zijn, bijvoorbeeld het vastgoedbeleid of het Bibob-beleid.
Relatie met Nota Vastgoedbeleid
Tussen grondbeleid en vastgoedbeleid bestaan meerdere verbanden. Beide hebben betrekking op aan- en verkopen van vastgoed: gronden en opstallen. Het vastgoedbeleid heeft betrekking op vastgoed dat de gemeente in eigendom houdt voor de eigen organisatie of om maatschappelijke doelen te faciliteren, terwijl grondbeleid gaat over ontwikkelvastgoed: vastgoed dat de gemeente in eigendom heeft om te ontwikkelen of te transformeren om daarna weer af te stoten. Grondbeleid kan worden ingezet om gebouwen die onder het vastgoedbeleid vallen te realiseren. De nota’s hebben voorts sommige ‘uitwerkingsproducten’ zoals verkoopvoorwaarden of het taxatieprotocol gemeenschappelijk. De exploitatie van ontwikkelvastgoed geschiedt middels contractvormen die in de vastgoednota zijn beschreven. In het grondbeleid staan echter de kaders op basis waarvan in een concreet geval de meest geschikte contractvorm wordt gekozen.
De Nota Grondbeleid is een kadernota
Het bevat de belangrijkste keuzes op het gebied van grondbeleid. De uitwerking van diverse beleidsonderdelen of grondinstrumenten zijn neergelegd in andere documenten. Hieronder staat een opsomming welke documenten het betreft:
• Programma Kostenverhaal en Financiële bijdragen: hierin staan de uitgangspunten die het college toepast bij het verhalen van kosten die de gemeente maakt in het kader van bouwplannen van marktpartijen . Het biedt ook de grondslag voor het vragen van een bijdrage aan kwaliteitsinvesteringen in de gemeente.
• De Parameterherziening grondexploitaties: hierin stelt de raad jaarlijks de parameters vast waarmee wordt gerekend in de grondexploitaties en de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG).
• Grondprijzennotitie: hierin legt het college voor een bepaalde periode vast tegen welke prijzen zij verschillende categorieën grond aan derden verkoopt.
• Algemene voorwaarden voor verkoop of erfpacht van onroerend goed: in de Algemene voorwaarden beschrijft de gemeente welke voorwaarden bij verkoop of erfpacht gelden, de termijnen die gehanteerd worden, boeteclausules etc. Die voorwaarden zijn mede gericht op het verwezenlijken van inhoudelijke doelen die de gemeente nastreeft.
• In het Optiebeleid 2021 is vastgelegd onder welke voorwaarden opties kunnen worden vergeven, welke partijen een optie kunnen nemen op een te verkopen perceel, hoe de selectie plaatsvindt wanneer er meerdere geïnteresseerden zijn, met daarnaast bepalingen over optietermijnen en optiekosten.
• Beleidsregel één-op-één transacties: in het kader van het Didamarrest moet de overheid bij verkoop van gronden een transparante selectieprocedure doorlopen, zodat alle potentiële gegadigden kunnen meedingen naar het verkrijgen van grond. Uitzonderingen hierop zijn onder omstandigheden mogelijk. In deze beleidsregel staat hoe de gemeente om gaat met deze uitzonderingen.
Bij doorontwikkeling van het grondbeleid kunnen meerdere nota’s worden toegevoegd. Bij de besluitvorming zal de relatie met de Nota Grondbeleid worden aangegeven. Het college informeert de raad over het betreffende nieuwe beleidsproduct.
In aanvulling op het gemeentelijke beleid hanteert de gemeente interne protocollen waarin werkprocessen en verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Het Taxatieprotocol beschrijft bijvoorbeeld hoe de gemeente een marktconforme prijs bepaalt bij de uitgifte van vastgoed. In het Onderhandelingsprotocol is vastgelegd wie namens de gemeente onderhandelen en hoe het onderhandelingsmandaat wordt vastgesteld.