De kaders voor het grondbeleid worden onder andere gevormd door Europese wet- en regelgeving, landelijke wet- en regelgeving en lokaal (gemeentelijk) beleid. In de onderstaande paragrafen wordt hier een toelichting op gegeven.
Europese wet- en regelgeving
De Europese Unie wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Controle op staatssteun aan ondernemingen en/of controle op het in acht nemen van de aanbestedingsrichtlijnen zijn dan ook één van de belangrijkste onderdelen van het Europese mededingingsbeleid.
Staatssteun
De gemeente is verantwoordelijk voor de naleving en een correcte toepassing van staatssteunregels. Het verlenen van steunmaatregelen moet ter kennisgeving of goedkeuring gemeld worden bij de Europese Commissie. Worden staatssteunregels niet nageleefd, dan kan dit leiden tot een onderzoek van de Commissie, bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht. Als hieruit blijkt dat dit inderdaad het geval is, kunnen rechtszaken, nietigverklaringen, terugvorderingen en/of boetes het gevolg zijn.
De Europese Commissie stelt dat bij (grond)transacties tussen de overheid en de markt het criterium van MEO (Market Economy Operator Test) principe leidend is. Het MEO principe houdt in dat economische transacties die worden aangegaan door een overheidsinstantie geen voordeel (worden geacht te) verlenen aan de tegenpartij van die transactie, indien deze transacties marktconform verlopen. Marktconformiteit van een transactie kan onder andere worden bepaald door na te gaan of in vergelijkbare omstandigheden een (hypothetische) particuliere investeerder eenzelfde transactie zou aangaan.
Er zijn vier soorten procedures en beoordelingsmethoden voor het beoordelen of sprake is van een marktconforme (grond)transactie.
Pari Passu. Hierbij gaat het er om of er sprake is van een transactie op voet van gelijkheid.
Tenderprocedure. Hierbij gaat het er om dat er sprake is van een transactie op grond van een concurrerende, transparante, non-discriminerende en onvoorwaardelijke inschrijvingsprocedure.
Benchmarking. Hierbij gaat het er om dat er is gehandeld op voorwaarden die vergelijkbare particulieren voor vergelijkbare transacties in vergelijkbare situaties hebben toegepast.
Andere waarderingsmethoden. Hierbij is het belangrijk dat marktconformiteit kan worden vastgesteld door middel van algemeen aanvaardbare methoden op basis van objectieve en verifieerbare gegevens1Onder ‘andere waarderingsmethoden’, kan het uitvoeren van een taxatie vallen. Het is hierbij voldoende om een taxatie door een onafhankelijke deskundige te laten plaatsvinden. De taxatie moet plaatsvinden op basis van algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria.Uit rechtspraak blijkt dat het Hof van Justitie er echter waarde aan hecht dat een taxateur kan worden beschouwd als een onafhankelijk en gekwalificeerd deskundige (arrest T-274/01, Valmont, overweging 72).
Aanbesteding(splicht)
Of er sprake is van een aanbestedingsplicht hangt af o.a. van de
Europese drempel bedragen, welke de Europese Commissie elke 2 jaar vaststelt. Indien er geen plicht is om een Europese procedure te volgen geldt er een nationale procedure met inachtneming van de Gids Proportionaliteit en de inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. Er zijn vier nationale procedures:
• Enkelvoudige onderhandse procedure
• Meervoudige onderhandse procedure
• Nationale openbare procedure
• Nationale niet-openbare procedure
Tender
De gemeente kan, indien er geen aanbestedingsplicht is een vormvrije marktselectie toepassen, met als uitgangspunt het bieden van mededingingsruimte.
Het voert te ver om deze allen te bespreken, in de praktijk wordt er bij een aanbesteding of tender samengewerkt met de inkoopadviseurs van cluster inkoop.
Landelijke wet- en regelgeving
De landelijk kaders zijn de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).
Lokaal, gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie
In 2021 is de omgevingsvisie door de gemeenteraad vastgesteld. In deze omgevingsvisie worden de hoofdlijnen van het Oosterhouts ruimtelijk beleid weergegeven. Kort samengevat zijn de kernpunten van de omgevingsvisie:
1. Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen.
2. Economische vitaliteit.
3. Identiteit en ruimtelijke kwaliteit.
4. Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig.
5. Bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid.
In hoofdstuk 4.5 van de Omgevingsvisie is het kostenverhaal verankerd. Op dit moment wordt in hoofdstuk 4.5 verwezen naar de Nota Kostenverhaal 2017-2022. Na vaststelling van het Programma Kostenverhaal en financiële bijdragen, wordt hier naar verwezen.
De Omgevingsvisie vormt tevens de basis om een financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen vragen (zie hiervoor hoofdstuk 4.1 van deze nota).
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Kaders voor het grondbeleid: wet- en regelgeving
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2026 en verder