Kwaliteitscriteria
Operationele eisen
1.3.1 De cliënt ontvangt ondersteuning die aansluit bij de wensen, mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte.
De beroepskracht kent de cliënt, zijn wensen, mogelijkheden en behoeften.
De beroepskracht heeft een actueel beeld van de context van de cliënt zoals: achtergrond, cultuur, leefwereld, gezondheid, problematiek en het gewenste toekomstperspectief.
De beroepskracht verleent ondersteuning zoals afgesproken is met de cliënt.
1.3.2 Er is continuïteit in de verleende ondersteuning.
De cliënt weet wie zijn ondersteuning coördineert en welke beroepskracht verantwoordelijk is voor welk onderdeel van de ondersteuning.
De cliënt ontvangt ondersteuning van één of meerdere vaste beroepskracht(en).
De cliënt weet hoe en wanneer hij de beroepskracht kan bereiken.
De cliënt ontvangt passende vervanging bij afwezigheid van de beroepskracht.
1.3.3 De aanbieder en de beroepskrachten stimuleren de zelfredzaamheid en de participatie van de cliënt.
De ondersteuning sluit aan bij de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de cliënt.
De cliënt ervaart en behoudt zo veel mogelijk eigen regie over zijn leven en de ondersteuning.
De aanbieder en de beroepskrachten stimuleren de cliënt om zijn zelfredzaamheid te behouden en te vergroten.
Aanvullende kwaliteitscriterium
Operationele eisen
1.3.4 Er wordt actief aandacht besteed aan de gezonde leefstijl. Waarbij het activiteitenaanbod bijdraagt aan het vergroten van het netwerk van de cliënt.
De aanbieder is bewust bezig met het integreren van een gezonde leefstijl bij de cliënt.
Er wordt gebruik gemaakt van het activiteitenaanbod van het voorliggend veld om de cliënt te activeren.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Ondersteuning in de praktijk
Onderdeel van Toetsingskader kwaliteitscriteria WMO ondersteuners Westerkwartier