Naar hoofdinhoud
In deze paragraaf staan financiën en de verantwoording over de gemeentelijke vastgoedportefeuille centraal. Het betreft hier de financiële vertaling van (wettelijke) kaders in de planning- en control cyclus van het vastgoed. Onderhoudskosten De dekking voor de onderhoudskosten, althans het gedeelte dat voor rekening van de gemeente als eigenaar/verhuurder komt, en voor de kosten voor het verduurzamen van de vastgoedportefeuille, wordt gevonden in de voorziening voor het onderhoud. De planningshorizon van deze voorziening is in de huidige MJOP 10 jaar. Deze voorziening sluit daarmee niet optimaal aan bij de langere levenscyclus van de objecten. Over het algemeen heeft langjarige instandhouding een planningshorizon van minimaal 15-20 jaar, overeenkomstig met de aanwezig installaties. Het aanpassen van de werkwijze naar een langere planningshorizon heeft als voordeel dat het risico op incidenteel extra benodigd budget of onverwachte grote uitgaven wordt beperkt. De planningshorizon zal bij de eerstvolgende actualisatie worden aangepast naar 15 jaar. Het MJOP wordt elke 4 jaar bijgesteld en/of geactualiseerd. De planningshorizon van de voorziening voor onderhoud zal bij de eerstvolgende actualisatie worden aangepast naar 15 jaar. De kosten voor niet planmatig onderhoud zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Deze begroting wordt jaarlijks vastgesteld en voorziet in uitgaven voor onder meer het verhelpen van klachten en storingen. Rekening en begroting Inzicht in de lasten en baten van het gemeentelijke vastgoed helpt om keuzes te maken over de portefeuille en om geldstromen (subsidie versus huur) te kunnen scheiden. Waar relevant wordt dit inzicht op objectniveau gerealiseerd. Het gaat daarbij om de eigenaarslasten (zoals onderhoud) zodat de integrale kostprijs per object zichtbaar wordt en de financiële consequenties per beleidsdoel inzichtelijk zijn. Wanneer toerekening op objectniveau niet zinvol of haalbaar is wordt dit gewenste inzicht tenminste op het niveau van deelportefeuille geboden. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft de kaders voor de inrichting van de gemeentelijke planning- en control cyclus. Eén van deze kaders geeft de verplichting om in de begroting en het jaarverslag paragrafen op te nemen, waaronder de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’. De meerwaarde van deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is dat deze programma overstijgend en verdiepend inzicht geeft aan de gemeenteraad. De nieuwe paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ biedt, overeenkomstig de BBV-voorschriften, inzicht in het beleidskader, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting op het vlak van civieltechnische kapitaalgoederen en het onderhoud van gebouwen. In deze paragraaf wordt het onderdeel over vastgoed uitgebreid met informatie over de omvang en samenstelling van de portefeuille, de ontwikkelingen, kansen en risico's en wordt financieel inzicht geboden in de geldstromen rondom het gemeentelijk vastgoed. Bijlage 6 biedt een mogelijke opzet voor dit onderdeel. Vanaf 2026 wordt de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen uitgebreid met informatie over de portefeuille, de ontwikkelingen en de eventuele risico's.

Rechtspraak bij dit artikel