Van algemeen gebruikelijk is sprake als een voorziening of dienstverlening:

  • - Niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
  • - Daadwerkelijk beschikbaar is;
  • - Een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;
  • - Financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.

Volgens de CRvB is dit het geval wanneer een hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. Daarnaast geldt dat er geen sprake mag zijn van een – al dan niet deels – gebruikelijke vervanging of renovatie.

Voorbeelden zijn:

  • - kreuk- en strijkvrije kleding
  • - fiets zonder elektrische ondersteuning
  • - fiets met lage instap
  • - bakfiets zonder elektrische ondersteuning
  • - schoonmaakmiddelen
  • - wandelstok
  • - rollator
  • - wasdroger
  • - wasmachine
  • - vaatwasser
  • - boodschappendiensten
  • - inductiekookplaat
  • - maaltijdvoorzieningen
  • - drempels in de woning verwijderen
  • - drempelhulpen
  • - wandbeugels
  • - douchestoel op poten
  • - douchezitje aan de muur, met of zonder hulppoot
  • - toiletverhoger, met of zonder armleuningen
  • - anti-slipvloer
  • - kant- en klaar maaltijden, bijvoorbeeld verkrijgbaar in de supermarkt en slager
  • - glazenwasser

Bovengenoemde voorbeelden zijn niet limitatief.

Let op:

Bovenstaande voorzieningen kunnen op zichzelf algemeen gebruikelijk zijn. Per geval moet echter een beoordeling plaatsvinden. Relevant is de vraag of een zaak of dienst, die op zichzelf als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, ook voor de aanvrager algemeen gebruikelijk is. Dat hoeft namelijk in bepaalde individuele situaties niet het geval te zijn. Bijvoorbeeld:

  • - Bij een plotselinge noodzaak om de voorziening aan te schaffen;
  • - Als door de ziekte of het gebrek plotseling vervanging nodig is van zaken die normaal gesproken (nog) niet aan vervanging toe zouden zijn;
  • - Als gelijktijdig meerdere algemeen gebruikelijke zaken of diensten moeten worden aangeschaft;
  • - Als door de beperking een duurdere voorziening dan gebruikelijk moet worden gekocht die te belastend is voor het budget van de aanvrager;
  • - Als door de beperking zoveel (aantoonbare) meerkosten ontstaan, dat iemands besteedbaar inkomen onder de voor aanvrager geldende bijstandsnorm ligt.

Belangrijk is om op te merken dat de aanwezigheid van een medische noodzaak niet inhoudt dat de voorziening daarom niet algemeen gebruikelijk kan zijn. Ook zal bij inwoners met een chronisch of zelfs progressief ziektebeeld verwacht worden dat zij anticiperen op de toekomst. Bij de keuze van een nieuw te betrekken woning mag uiteraard verwacht worden dat men rekening houdt met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden. Blijft men wonen in de huidige woning, dan wordt van de inwoner verwacht of gevraagd te anticiperen op aanpassingen in- of aan de huidige woning. Er zijn voorzieningen waarvan voorzienbaar is dat deze ooit nodig zullen zijn en waarvoor men zelf moet zorgen. Dit zijn in principe ook algemeen gebruikelijke voorzieningen.

Tot het jaar 2020 was het begrip algemeen gebruikelijk niet opgenomen in de wet. Sinds 2020 is dit wel het geval. Voor de uitleg van het begrip verwijst de wetgever naar de jurisprudentie. Met de hierboven genoemde criteria sluiten we aan op de rechtspraak en laten we zien dat we ook de nieuwe koers van de hoogste rechter (ingezet op 3-7-2024, zie ECLI:NL:CRVB:2024:1362 en ECLI:NL:CRVB:2024:1364) volgen.

De memorie van toelichting van de Wmo 2015 omschrijft het als volgt: een algemeen gebruikelijke voorziening bestaat uit zaken, diensten die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn; niet speciaal voor mensen met een beperking zijn ontworpen en niet aanzienlijk duurder zijn dan een vergelijkbaar product met hetzelfde doel (passend in een normaal aanschaffingspatroon bij een gelijke financiële positie).