Begeleiding individueel kent drie producten:

  • - Begeleiding individueel
  • - Begeleiding individueel extra
  • - Begeleiding individueel beschermd thuis

Begeleiding individueel

De inwoner ervaart op één of enkele leefgebieden beperkingen in de zelfredzaamheid en het meedoen in de maatschappij. Dit komt door (chronische) psychische of psychosociale problemen, een verstandelijke of lichamelijke beperking en/of verslavingsproblematiek.

De onderliggende problematiek van de inwoner is stabiel (evenals evt. medicijngebruik), maar er kunnen wel schommelingen optreden. Deze schommelingen leiden niet tot een instabiele situatie die (direct) ingrijpen vergt. Er kan ook sprake zijn van een ziektebeeld waarbij op den duur verslechtering wordt verwacht (bijv. dementie). Dit kan leiden tot een sociaal isolement, afnemende vaardigheden en het langzaam verliezen van de regie over het leven.

  • - De inwoner: Beseft dat er begeleiding nodig is en staat hiervoor open maar heeft soms hulp nodig in het formuleren van zijn of haar vraag.
  • - Is leerbaar en heeft mogelijkheden tot het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden.
  • - Kan ook beperkt of niet leerbaar zijn. Het lukt dan niet of heel langzaam om te ontwikkelen naar een hogere mate van zelfstandigheid.
  • - Heeft mogelijk het maximaal haalbare bereikt. Begeleiding zal moeten aansluiten bij de beperkte ontwikkelmogelijkheden. Deze inwoner heeft baat bij veel herhaling.
  • - Heeft (vaak structurele) begeleiding nodig welke gericht is op activeren, stimuleren, samendoen (praktische begeleiding), oefenen, structuur bieden, ventileren, overvraging voorkomen en doorontwikkeling/ verdieping van de aangeleerde vaardigheden. Soms is overname van taken noodzakelijk.
  • - Kan zijn hulpvraag uitstellen tot een volgend contactmoment. De hulpvraag is voorspelbaar.
  • - Leert omgaan met zijn of haar problematiek.

Begeleiding individueel extra

De inwoner ervaart beperkingen in de zelfredzaamheid en/of deelname aan de maatschappij. Dit komt door (chronische) psychische of psychosociale problemen, een verstandelijke of lichamelijke beperking en/of verslavingsproblematiek.

De onderliggende problematiek van inwoner is niet stabiel en er kunnen schommelingen optreden. Die leiden tot een instabiele situatie wat incidenteel acuut ingrijpen vergt. Er hoeft echter niet iemand dag en nacht bereikbaar te zijn. De inwoner (en het sociale netwerk) kan (kunnen) problemen ervaren op meerdere leefgebieden. Daardoor is er kans of een groot risico op ernstige problemengevolgen op deze leefgebieden op korte of lange termijn.

De inwoner:

  • - Heeft beperkt of geen inzicht in de eigen problematiek en de gevolgen daarvan op zijn dagelijks leven. Hierbij is begeleiding nodig.
  • - Is over het algemeen gemotiveerd en staat open voor hulpverlening.
  • - Heeft soms een moeizame relatie met de hulpverlening. Dan is er extra inspanning nodig om inwoner gemotiveerd te krijgen en te houden voor hulpverlening.
  • - Is (beperkt) leerbaar en heeft in principe mogelijkheden tot het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden, het aanbrengen van structuur en regie te leren voeren over zijn eigen leven.
  • - Kan over het algemeen zijn of haar hulpvraag uitstellen en de begeleiding op geplande momenten ontvangen. Soms is contact buiten de geplande momenten, maar tijdens kantoortijden, noodzakelijk als de (acute) situatie daar om vraagt.
  • - Reageert soms onvoorspelbaar. De inwoner is beperkt belastbaar en kan snel (psychisch) uit balans raken.

Begeleiding individueel beschermd thuis

De inwoner ervaart beperkingen in de zelfredzaamheid en/of deelname aan de maatschappij. Dit komt door (chronische) psychische of psychosociale problemen, een verstandelijke beperking en/of verslavingsproblematiek. De problematiek van de inwoner is in principe stabiel, maar er kunnen schommelingen optreden die maken dat direct ingrijpen noodzakelijk is. Daarom moet er dag en nacht iemand bereikbaar zijn, naast de geplande contactmomenten. Soms moet iemand anders de regie overnemen. De inwoner kan problemen ervaren op meerdere leefgebieden tegelijk. Beschermd thuis kan ook nodig zijn bij een stabiele situatie, waarbij de stap van een beschermde woonsetting naar zelfstandig wonen (nog) te groot is. Maar ook om juist het zelfstandig wonen te kunnen behouden. Bijvoorbeeld bij een terugval op het gebied van psychiatrie of verslaving of het doorkomen van een moeilijke periode. Soms is er extra aandacht nodig voor de communicatie. Dan is het belangrijk om goed af te stemmen met het (informele) netwerk, begeleiders/behandelaren en andere betrokken organisaties.

De inwoner:

  • - Kan zelfstandig wonen.
  • - Kan grotendeels zelf de hulpvraag stellen maar niet uitstellen. Hierdoor is planbare begeleiding onvoldoende.
  • - Is gemotiveerd en staat open voor hulpverlening.
  • - Is bereid de situatie aan te pakken, maar wordt soms overvallen door de eigen problematiek. Inwoner weet dan niet meer wat te doen of wat nodig is om het probleem op te lossen. Inwoner is dan het overzicht kwijt, heeft tijdelijk geen grip meer en kan niet uit het (vaste) patroon komen.
  • - Heeft een ontwikkelpotentieel: is leerbaar, heeft voldoende verandercapaciteit en kan vaardigheden ontwikkelen. Het kan ook gaan om de inwoner met hardnekkige patronen of juist onvoorspelbaar gedrag.
  • - Leert vaardigheden om voldoende te participeren, dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijk leven te structureren en daar zo veel mogelijk regie over te voeren.