**1..** In de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen, bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet, wordt aangegeven hoe vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, waarbij als uitgangspunt geldt dat wordt vermeld:
wie worden betrokken, rekening houdende met het bepaalde in artikel 5;
waarover zij worden betrokken (beschrijving initiatief, reikwijdte-bepaling);
wanneer zij worden betrokken;
wat de rol is van het bevoegd gezag en een initiatiefnemer bij het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waarbij tevens het niveau van beïnvloeding als bedoeld in artikel 6 wordt aangegeven; en
welk participatietraject wordt gevolgd, waarbij dit traject in ieder geval voldoet aan het bepaalde in artikel 7;
**2..** In afwijking van het eerste lid kan in de daar bedoelde kennisgeving worden aangegeven dat géén vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, indien het voorgenomen vast te stellen omgevingsplan:
géén van de in artikel 4, eerste lid genoemde ontwikkelingen met een beduidende impact op de fysieke leefomgeving omvat; en/of
betrekking heeft op een of meerdere van de wijzigingen van ondergeschikte aard als aangegeven in artikel 4, tweede lid;
**3..** In afwijking van het eerste lid kan in de daar bedoelde kennisgeving worden aangegeven dat géén vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, indien derde betrokkenen al op een andere manier zijn betrokken bij datgene dat wordt beoogd met het omgevingsplan te regelen en voldoende aannemelijk is dat daardoor alle relevante feiten en af te wegen belangen kenbaar zijn;
**4..** In afwijking van het tweede lid, heeft vroegtijdige publieksparticipatie altijd plaats bij een omzetting van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet naar het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, indien deze omzetting integraal van aard is en een aanzienlijk deel van het gemeentelijk grondgebied betreft. Hiervan kan uitsluitend worden afgeweken als toepassing wordt gegeven aan de gemeentelijke inspraakverordening.
Artikel 3