Naar hoofdinhoud
1.. Als ontwikkelingen met een beduidende impact op de fysieke leefomgeving worden onderscheiden: het oprichten van een of meer gebouwen met een woonfunctie; het oprichten van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; het oprichten van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste vijf woonfuncties betreft; de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 100 m² bedraagt; het wijzigen van de gebruiksfunctie van een gebouw en/of een aaneengesloten terrein van meer dan 100 m² naar een bedrijfsfunctie met een hoge milieuhinder voor de omgeving (vgl. met bedrijven behorende tot milieucategorie 3.1 of hoger op grond van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009)); het realiseren van een woonvorm waarbij de huisvesting van personen in een pand plaatsvindt anders dan in het verband van een huishouden. Van huisvesting anders dan in de vorm van een huishouden is sprake als personen niet in een vast verband samenleven, er geen sprake is van continuïteit in de samenstelling van de groep en er geen sprake is van onderlinge verbondenheid. Een dergelijke woonvorm kan betreffen enige vorm van huisvesting van arbeidsmigranten, het bieden van een logiesfunctie voor werknemers, de georganiseerde opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen of het bieden van een opvang waarbij de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving. Huisvesting in verband met pre-mantelzorg wordt hier niet onder begrepen; het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een hoogte van meer dan 40 meter; de realisatie van een zonnepark of een windmolen; of de uitbreiding, vestiging of omschakeling naar een veehouderij; de uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf; de vestiging van mestbewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking; als bedoeld in de provinciale omgevingsverordening. 2.. Als wijzigingen van ondergeschikte aard worden onderscheiden: het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een instructie(regel) van het Rijk of de Provincie, voor zover het bevoegd gezag hierbij geen beleidsruimte heeft; het wijzigen van de regels het omgevingsplan voor zover er sprake is van het herstellen van een kennelijke onvolkomenheid of onduidelijkheid in de tekst, mits dit geen gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving; of het wijzigen van het omgevingsplan voor zover dit een direct gevolg is van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter.

Rechtspraak bij dit artikel